Is de aansprakelijkheid van een bestuurder met de aansprakelijkheid van de bestuurder- rechtspersoon gegeven?

De Hoge Raad deed op vrijdag 17 februari jl. een belangrijke uitspraak over het “doorzetten” van de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder naar de bestuurders van die rechtspersoon. 1HR 17 februari 2017, NJB 2017/479 Centraal in de uitspraak staat artikel 2:11 BW: “de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is”. De rechtsvraag in dit arrest was of de aansprakelijkheid van de bestuurder met de aansprakelijkheid van de bestuurder-rechtspersoon ex. art. 6:162 BW is gegeven, of dat daarvoor een aanvullende eis geldt dat hem ook persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Volgens de Hoge Raad is artikel 2:11 BW van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet. De Hoge Raad gaat verder en overweegt dat dit betekent dat voor de vestiging van de aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder niet de aanvullende eis geldt, dat ook die bestuurder persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat voor vestiging van de aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder niet de aanvullende eis geldt dat de schuldeiser stelt, en zo nodig bewijst, dat ook die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Wel overweegt de Hoge Raad dat de bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW jo. artikel 2:11 BW alsnog kan voorkomen door te stellen en te bewijzen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft. De ratio hiervan is om te voorkomen dat een natuurlijke persoon zich in wezen verschuilt achter de rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon-bestuurder wanneer de benadeling van schuldeisers niet het gevolg is van slecht of onbehoorlijk bestuur. Er moet echter nog wel ruimte blijven voor de bestuurder om zich vrij te pleiten van de aansprakelijkheid. Meestal is het namelijk zo dat er een zekere rolverdeling heeft plaatsgevonden binnen het bestuur en dan kan de situatie zich voordoen dat een bestuurder geen verwijt kan worden gemaakt.

Bovendien zou het ook onwenselijk zijn wanneer de aansprakelijkheid van een bestuurder met de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder zou zijn gegeven. Wanneer de drempel naar persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders erg laag zou zijn, zou dit de ondernemingsgeest van bestuurders kunnen aantasten enkel en alleen omdat zij vrezen voor een eventuele persoonlijke aansprakelijkheid. 2https://www.barentskrans.nl/nieuws/aansprakelijkheid-bestuurder-211-bw/

Benieuwd naar het volledige arrest?
 Lees de uitspraak hier.

Geschreven door Wilke Koopmans

Referenties   [ + ]

1. HR 17 februari 2017, NJB 2017/479
2. https://www.barentskrans.nl/nieuws/aansprakelijkheid-bestuurder-211-bw/