Schorsing Van den Assem in een notendop

Het privatiseringsproject rondom Eneco verloopt allesbehalve soepel.[1]Het is een conflict dat zich uitstrekt over de raad van bestuur, de raad van commissarissen, de ondernemingsraad en de aandeelhouders. Een volgend hoofdstuk in dit conflict is het enquêteverzoek dat de ondernemingsraad heeft ingediend op 2 juli jl. Doel van dit verzoek is om een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van Eneco en de schorsing van onder andere president-commissaris Van den Assem. Waar komt deze kritiek precies vandaan en waarom is hij bij wijze van onmiddellijke voorziening geschorst door de OK op 18 juli jl.? Dit stuk beperkt zich tot de hoofdthema’s voortvloeiende uit de beschikking van de Ondernemingskamer.

 

De positie van de RvC bij Eneco is omvangrijker dan die van een ‘gewone RvC’, omdat op Eneco het volledig structuurregime van toepassing is. Dit houdt in dat zij naast haar toezichthoudende[2]en adviserende[3]rol, bevoegd is om bestuurders te benoemen en te ontslaan.[4]Op basis van deze bevoegdheden is kritiek ontstaan, omdat zij naast extra rechten ook plichten meebrengt. Een plicht die uit bevoegdheid tot ontslag en benoeming voortvloeit is het vragen van advies aan de ondernemingsraad.[5]

 

Onenigheid bestaat er over het ontslag van De Haas en de benoeming van Sondag. Op welke manier en wanneer het ontslagbesluit is genomen is voor alle partijen een raadsel, nu partijen een verschillende opvatting hebben over het ‘ontslaggesprek’. De OK beslist dat het ontslagbesluit is genomen op het moment dat de RvC zijn vertrouwen heeft opgezegd in De Haas. Geen advies is verlangd van de ondernemingsraad en hiermee heeft de RvC niet voldaan aan de Wet op de ondernemingsraad.

 

In tegenstelling tot het ontslag van De Haas is bij de benoeming van Sondag wel om advies gevraagd aan de ondernemingsraad. De OK verwijt de ondernemingsraad niet goed om te zijn gegaan met deze mogelijkheid, echter bleek deze mogelijkheid tot het geven van advies slechts symbolisch. Het voorstel vergezeld met een persbericht betrof slechts de adviesaanvraag ten opzichte van één kandidaat: de heer Sondag. De OK stelt dat gelet op de tekst van het persbericht en de weigering tot publicatie daarvan afbreuk doet aan deze bevoegdheid om advies uit te brengen.

 

De bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders brengt mee dat de aandeelhouders het vooral op de RvC gemunt hebben, vooral omdat zij door middel van het opzeggen van het vertrouwen een machtsmiddel hebben om de RvC te ontslaan.[6]Dit machtsmiddel heeft vooral tot doel om het beleid van het bestuur onder druk te zetten, waardoor het bestuur eigenlijk bij de mediation had moeten worden betrokken. Deze onderhandelingen behoren toe tot het domein van het bestuur en stroken niet met de toezichthoudende taak van de RvC. Voorts heeft de RvC niet duidelijk gemaakt wat haar beweegredenen zijn geweest om op de stoel van het bestuur te gaan zitten. Dat het bestuur later alsnog is betrokken betekent volgens de OK niet dat er geen onderzoek ingesteld moet worden. Daarnaast is onduidelijk of de verstandhoudingen door de mediation zijn hersteld.

 

De schorsing van Van den Assem is niet uit de lucht komen vallen. De kritiek op de RvC is mede toe te rekenen aan het volledig structuurregime, waaruit de extra rechten en plichten van de RvC voortvloeien. De RvC bleek voor de aandeelhouders voorts een middel om druk te zetten op het bestuur door de mogelijkheid om het vertrouwen in de RvC op te zeggen. Tijdens het mediationtraject wordt het de RvC verweten op de stoel van het bestuur te zijn gaan zitten, wat niet strookt met haar adviserende en toezichthoudende taak. Bij de benoeming en ontslag van de voorzitter van het bestuur heeft de RvC niet voldaan aan het adviesrecht van de Ondernemingsraad. Voorgaande heeft ertoe geleid dat de commissarissen, waaronder Van den Assem zelf, bij wijze van onmiddellijke voorziening zijn geschorst en een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken is ingesteld.

 

Voor de volledige uitspraak verwijs ik u naar de uitspraak van de Ondernemingskamer.[7]

[1]Carel Grol & Gijs den Brinker, ‘Conflict Eneco weer niet opgelost, rechters aan zet’, https://fd.nl/ondernemen/1259789/conflict-eneco-weer-niet-opgelost-rechters-nu-aan-zet.
[2]Art. 2:140 lid 2 BW
[3]Art. 2:11 lid 2 BW (nieuw)
[4]Art. 2:162 BW
[5]Art. 30 WOR
[6]Art. 2:161a BW
[7]Hof Amsterdam 18 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2488.