Begin september heeft ING voor een recordbedrag van €775 miljoen een schikking getroffen met het Openbaar Ministerie. De aankondiging van deze schikking ontaardde in een brede maatschappelijke en politieke discussie. Tegenstanders associëren de schikking met het ontlopen van verantwoordelijkheid en het niet opgelegd krijgen van een échte straf.1https://fd.nl/opinie/1267740/niet-schikken-maar-vervolgen Voorstanders menen dat de schikking inhoudelijk voor het grootste gedeelte overeenkomt met een veroordeling na een vervolging, waarnaast zij bepaalde voordelen zien ten opzichte van een gang naar de rechter.2 https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/04/schikking-ing-is-beter-dan-proces-a1615296

De politiek bemoeide zich ook openlijk met de affaire. Een deel van de Tweede Kamer bekritiseerde de afkoping van de strafvervolging. Tevens werd president-commissaris Hans Wijers van ING door minister van Financiën Wopke Hoekstra op het matje geroepen om tekst en uitleg te geven over het jarenlange overtreden van wet- en regelgeving.

Onlangs heeft de directeur van de Financiële Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: Fiod) Hans van der Vlist aangegeven dat de Fiod nieuwe witwaspraktijken op het spoor is. Wanneer dit spoor leidt tot volgende verdachte financiële instellingen, zal het OM wederom een afweging moeten maken tussen het treffen van een schikking en een vervolging. Hoe komt het OM tot deze afweging? In deze blog lees je aan de hand van de zaak ING op basis van welke toetsingscriteria het OM tot een beslissing komt om al dan niet een transactie aan te bieden.

Het OM verweet ING dat ze jarenlang structureel de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft overtreden. Daarnaast heeft ING zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen, hetgeen zijn grondslag vindt in art. 420quater Wetboek van Strafrecht (Sr).3 Kamerbrief over strafrechtelijk onderzoek ING In dit geval had het OM de keuze tussen vervolgen en transigeren. In beginsel, zo blijkt uit de Aanwijzing hoge transacties en bijzondere transacties, moet er niet gekozen worden voor een transactie, tenzij daar een bijzondere reden voor is. Het OM heeft de beslissing om te transigeren als volgt onderbouwd.

Ten eerste heeft ING de gemaakte fouten publiekelijk erkend en betreurd en neemt ze hiervoor strafrechtelijke verantwoording. Daarnaast heeft ING meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek. ING blijft het OM in de gelegenheid stellen om onderzoek te doen naar mogelijke strafbare feiten die voortkomen uit overtredingen waar de transactie betrekking op heeft. Bovendien heeft ING, onder toezicht van DNB, een herstelplan ontwikkeld.
Daarnaast betoogt het OM dat de getroffen schikking effectiever is dan een rechtsgang. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat in de schikking bepaalde maatregelen zijn afgedwongen die ING moet treffen. Zo is er afgesproken dat ING een pakket aan compliance-maatregelen moet doorvoeren en dat DNB hier toezicht op zal houden. De rechter heeft daarentegen slechts de mogelijkheid om een boete op te leggen.

Concluderend ben ik van mening dat het OM een passende beslissing heeft genomen door ING een transactie aan te bieden. Alhoewel ik kan begrijpen dat deze schikking uit principieel oogpunt onbevredigend kan zijn, denk ik dat uit het perspectief van effectiviteit de schikking de juiste keuze is geweest. De schikking draagt zowel een straffend- (de boete) als preventief element (opleggen compliance maatregelen) in zich. Dit laatste element is wellicht het belangrijkste, nu het poogt een herhaling van de gepleegde strafbare feiten door ING te voorkomen. Laten we hopen dat deze poging succesvol is, want een verdere ondermijning van het vertrouwen kan de financiële sector er écht niet meer bij hebben.

Referenties   [ + ]

1. https://fd.nl/opinie/1267740/niet-schikken-maar-vervolgen
2.  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/04/schikking-ing-is-beter-dan-proces-a1615296
3.  Kamerbrief over strafrechtelijk onderzoek ING