Nederland geniet al lange tijd de status van een land met een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemingen. Naast belastingtechnische motieven profiteert Nederland van een goede infrastructuur, een interessante afzetmarkt en geschoold personeel. Deze factoren geven dikwijls de doorslag voor een onderneming om zich in Nederland te vestigen. Toch zijn er nog talloze andere drijfveren die van belang kunnen zijn. Een van deze beweegredenen is onder andere de mogelijkheid tot turboliquidatie van een B.V.

De interesse van bedrijven in deze turboliquidatie komt doordat er alleen een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders nodig is om de vennootschap op te heffen. De enige voorwaarde is dat er op het moment van besluitvorming geen baten meer aanwezig zijn in de onderneming. De achterliggende gedachte hiervan is dat een vennootschap snel kan worden vereffend om zo kosten te besparen en om te voorkomen dat ‘’leegstaande’’ vennootschappen blijven bestaan. De turboliquidatie gaat echter niet gepaard zonder risico: er is namelijk een  fraude, wat tot gevolg heeft dat een schuldeiser in een benarde positie kan belanden.

Wijziging in zicht?

De mogelijkheid tot fraude is al enige tijd een pijnpunt bij de turboliquidatie. Geruime tijd gaan er al stemmen op om het voor potentiële fraudeurs te bemoeilijken. Hier is vorige week maandag  dan eindelijk antwoord op gekomen. Minister Dekker heeft met een brief aan de Tweede Kamer1Kamerbrief van 7 oktober 2019, Brief Tweede Kamer Turboliquidatie van rechtspersonen. laten weten dat hij aan een wetswijzing werkt en in de loop van 2020 komt met een voorontwerp voor een wetswijziging.2J. Polman, Nieuwe wet moet opmars stuiten van fraude met plof-bv’s, FD 7 oktober 2019. Hieronder volgt in vogelvlucht een overzicht van de huidige situatie van de turboliquidatie met de bijbehorende risico’s en hoe getracht wordt dit aan te pakken.

Wat is een turboliquidatie?

Als er een ontbindingsbesluit wordt genomen, wordt  er geen onderzoek gedaan naar eventuele schulden, een publicatie in de Staatscourant is geen vereiste en er hoeft niet gewacht te worden op eventuele schuldeisers.3C. Smid, De turboliquidatie van een vennootschap, V&O januari 2002, nr.1. De turboliquidatie is een snel proces met daarbij de nodige risico’s voor zowel bestuurders als schuldeisers. Bestuurders lopen het gevaar aansprakelijk gesteld te worden indien de turboliquidatie niet zorgvuldig is uitgevoerd, bijvoorbeeld als er toch nog de nodige baten in de onderneming waren. Zorgwekkender is echter de positie van de schuldeisers, die het gevaar lopen om met lege handen te staan, omdat er alleen wordt onderzocht of er baten zijn en niet ook nog schulden. In het geval van een regulier faillissement doet de curator direct onderzoek naar mogelijke paulianeuze handelingen en bestuurdersaansprakelijkheid: hierbij geniet een schuldeiser dus meer bescherming.4S. Renssen, De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap, Deventer: Wolters Kluwer 2015, hoofdstuk 10.

Op het eerste oog lijkt het dan ook opmerkelijk dat de mogelijkheid tot turboliquidatie bestaat, maar de achterliggende gedachte is niet vreemd. Het is nu mogelijk om snel en gemakkelijk van een ‘lege’ B.V. af te komen, iets wat bevorderlijk is voor de dynamiek in het ondernemerschap. Daarnaast worden curators minder belast, omdat zij geen partij meer zijn bij de vereffening zoals dat bij een regulier faillissement wel het geval zou zijn. Deze manier om een onderneming te laten ontbinden, lijkt wenselijk om de lengte van het proces en de daar bijkomende kosten te beperken.5Een onderneming waar geen baten meer zijn, heeft daarbij vaak ook zijn werkzaamheden gestaakt. Een langer bestaan van een onderneming is dan vaak ongewenst. Zie ook: M.Y. Nethe, ‘Reuring rond turboliquidatie’, Ondernemingsrecht 2017-1. Hierbij wordt dus wel de nodige ruimte voor frauduleuze handelingen geopend, omdat activa voor de ontbinding kan worden weggesluisd naar gelieerde B.V.’s of naar privérekeningen.6I. Schreven, De turboliquidatie: Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van de schuldeisers bij de turboliquidatie (masterscriptie Tilburg), 2018.  Gevolg daarvan is dat de schuldeiser gedupeerd wordt. Helemaal met lege handen staan de schuldeisers echter niet. Zo kan een schuldeiser, op eigen initiatief en eigen kosten, via een procedure proberen de vereffening van de B.V. te laten heropenen of een procedure tot bestuurdersaansprakelijkheid te beginnen. Het lastig kunnen inschatten van de kansen tot succes en het daarbij komende kostenplaatje kunnen voor de schuldeiser een drempel zijn om hieraan te beginnen.7M.Y. Nethe, ‘Turboliquidatie, oorbaar gebruik, abusievelijk gebruik en misbruik’, Handboek notarieel ondernemingsrecht, B.V. en N.V., serie Van der Heijden Instituut, 2016.

Het nadeel van een turboliquidatie zit hem vooral in het feit dat er weinig transparantie is, wat de mogelijkheid voor fraude creëert. Voor schuldeisers is dit een obstakel om hun kansen in te schatten van een procedure. Dit is in de praktijk voor partijen een reden hun verlies te nemen. De geringe controle op de ontbinding lijkt bijna een vrijbrief voor fraudeurs, maar de huidige situatie is nog geen reden tot alarm. Uit onderzoek blijkt dat er bij het leeuwendeel van de vennootschappen die gebruik hebben gemaakt van de turboliquidatie zowel geen baten als schulden meer zijn.8Analye (turbo)liquidaties), bijlage bij Kamerbrief 7 oktober 2019. Er wordt dus niet op grote schaal misbruik gemaakt van de turboliquidatie, maar het kan niet ontkent worden dat er een lacune is die misbruikt kan worden.9E. Isitman, ‘Cel- en taakstraffen voor grootschalige fraude met ‘plof-bv’s’, FD 27 mei 2019. De vraag om deze risico’s in te perken speelt al een langere tijd.10 Eikelenboom & Van der Boon, ‘Actie tegen nieuwe fraudevorm met ‘plof-bv’s’, FD 5 september 2016.

Meer transparantie?

De aankondiging van de wetswijziging van minister Dekker, richt zich dan ook op een transparanter beeld bij de ontbinding. Hierdoor moet het voor schuldeisers inzichtelijker worden om tot een goede afweging te komen. De serie maatregelen die de minister voor ogen heeft, ziet op een verplichting aan het bestuur tot het maken van een slotbalans met een bijbehorende verklaring en de onderneming moet ook inzicht geven in haar jaarrekeningen. Deze maatregelen moeten de positie van schuldeisers versterken en de mogelijkheid tot fraude verkleinen. Het is nog afwachten hoe de wijziging precies zal worden doorgevoerd, maar het is evident dat deze aangekondigde bescherming erg gewenst is.11Zie ook: M.Y. Nethe, ‘Informatieverschaffing bij turboliquidatie: meer transparantie graag!’, WPNR 28 september 2019. Interessant zal worden wat de balans wordt tussen het snel en eenvoudig afkomen van een lege B.V. en het voorkomen van fraude.

Referenties   [ + ]

1. Kamerbrief van 7 oktober 2019, Brief Tweede Kamer Turboliquidatie van rechtspersonen.
2. J. Polman, Nieuwe wet moet opmars stuiten van fraude met plof-bv’s, FD 7 oktober 2019.
3. C. Smid, De turboliquidatie van een vennootschap, V&O januari 2002, nr.1.
4. S. Renssen, De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap, Deventer: Wolters Kluwer 2015, hoofdstuk 10.
5. Een onderneming waar geen baten meer zijn, heeft daarbij vaak ook zijn werkzaamheden gestaakt. Een langer bestaan van een onderneming is dan vaak ongewenst. Zie ook: M.Y. Nethe, ‘Reuring rond turboliquidatie’, Ondernemingsrecht 2017-1.
6. I. Schreven, De turboliquidatie: Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van de schuldeisers bij de turboliquidatie (masterscriptie Tilburg), 2018.
7. M.Y. Nethe, ‘Turboliquidatie, oorbaar gebruik, abusievelijk gebruik en misbruik’, Handboek notarieel ondernemingsrecht, B.V. en N.V., serie Van der Heijden Instituut, 2016.
8. Analye (turbo)liquidaties), bijlage bij Kamerbrief 7 oktober 2019.
9. E. Isitman, ‘Cel- en taakstraffen voor grootschalige fraude met ‘plof-bv’s’, FD 27 mei 2019.
10. Eikelenboom & Van der Boon, ‘Actie tegen nieuwe fraudevorm met ‘plof-bv’s’, FD 5 september 2016.
11. Zie ook: M.Y. Nethe, ‘Informatieverschaffing bij turboliquidatie: meer transparantie graag!’, WPNR 28 september 2019.