1 Inleiding

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden sinds de veelbesproken overnamestrijd tussen verffabrikant AkzoNobel en de Amerikaanse branchegenoot PPG. Sindsdien werkt het kabinet aan wetgeving om Nederlandse bedrijven (nog) beter te beschermen tegen activistische aandeelhouders.1 J. Kooiman, ‘Kabinet wil strengere meldplicht voor aandeelhouders’, NRC 29 mei 2019, online te vinden op: www.nrc.nl. Dit streven vloeit eveneens voort uit het regeerakkoord van kabinet-Rutte III.2 Vertrouwen in de toekomst, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34700, 34.

Nederlandse beursvennootschappen kenmerken zich door het zogeheten Rijnlandse model, waarin langetermijnwaardecreatie centraal staat en belangen van stakeholders bij de onderneming worden meegewogen. Hierdoor staat, in tegenstelling tot het Angelsaksisch model, niet slechts het belang van de aandeelhouders centraal.3Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 1, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl. Ter bevordering van de langetermijnwaardecreatie bevat het regeerakkoord het voornemen om maatregelen te treffen voor de verschuiving van de invloed van bepaalde activistische aandeelhouders die met name gericht zijn op de kortetermijngerichtheid, naar aandeelhouders en andere stakeholders die belang hebben bij een langetermijnwaardecreatie.4 Vertrouwen in de toekomst, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34700, 34, p. 35. Dit heeft geleid tot twee (concept)wetsvoorstellen, waaronder het voorontwerp Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders (hierna: Voorontwerp).5 Daarnaast heeft het kabinet een voorontwerp Wet bedenktijd voor beursvennootschappen gepubliceerd. Dit wetsvoorstel beoogt het bestuur van een beursvennootschap de mogelijkheid te bieden om een bedenktijd van 250 dagen (in plaats van 180 dagen) in te roepen wanneer een aandeelhouder het ontslag van een bestuurder of commissaris voorstelt of ingeval een (vijandig) overnamebod wordt aangekondigd. Het voorontwerp lag van 7 december 2018 tot en met 7 februari 2019 ter internetconsultatie.

Het Voorontwerp is een maatregel die een aanvulling is op de bestaande meldplichten uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Onder het huidige recht dienen aandeelhouders met een belang van 3% in een uitgevende instelling met Nederland als lidstaat (hierna: beursvennootschap) zich te melden bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).6 Zie artikelen 5:33 e.v. Wft. De Wft trad per 1 januari 2017 in werking en verving zeven sectorale wetten en de bij of krachtens deze sectorale wetten vastgestelde lagere regelgeving. Het kabinet stelt echter voor om, naast de bestaande drempelwaarde van 3% voor melding van zeggenschap en kapitaal, een (eerste) drempelwaarde van 2% voor melding van zeggenschap en kapitaal in te voeren.7 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.; Onder zeggenschap wordt verstaan het door een natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden percentage stemmen in een beursvennootschap. Onder kapitaalbelang wordt verstaan het door een natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden percentage aandelen in een beursvennootschap.

Betere bescherming tegen activistische aandeelhouders voor de Nederlandse beursvennootschappen door middel van een ‘strengere’ meldplicht, lijkt op het eerste gezicht een nobel streven. Toch is vanuit de praktijk al de nodige kritiek geuit op het Voorontwerp. Zo spreekt men van een “overbodige wetswijziging” en een “verhoging van de administratieve lastendruk”.8 E. van Rein en M. van Poll, ‘Hoekstra wil meldplicht aandeelhouders aanscherpen’, Het Financieele Dagblad 29 mei 2019; Het Financieele Dagblad 29 mei 2019, ‘Strengere meldplicht is onzinnig’, online te vinden op: www.fd.nl. Hoe komt het dat het Voorontwerp zo kritisch is ontvangen?

In deze bijdrage staat een nadere beschouwing van het Voorontwerp centraal. Allereerst wordt ingegaan op de huidige meldplicht uit hoofdstuk 5.3 Wft, waarna achtereenvolgens de (aanleiding van de) voorgestelde maatregel van het kabinet aan de orde komt. Daarna volgt een analyse van de belangrijkste reacties uit de praktijk op het Voorontwerp. Tot slot wordt afgerond met een korte slotbeschouwing.

2 Het Voorontwerp nader beschouwd

2.1 De meldplicht onder het huidige recht

Onder het huidige recht dienen aandeelhouders met een belang van 3% in een beursvennootschap zich te melden bij de AFM.9 Zie artikelen 5:33 e.v. Wft. De Wft trad per 1 januari 2017 in werking en verving zeven sectorale wetten en de bij of krachtens deze sectorale wetten vastgestelde lagere regelgeving. Dit vloeit voort uit hoofdstuk 5.3 van de Wft en heeft onder andere tot doel om beleggers inzicht te bieden in ontwikkelingen in de zeggenschap- en kapitaalverhoudingen in deze ondernemingen, de mate waarin de aandelen in deze ondernemingen vrij verhandelbaar zijn en het bestaan van eventuele concentraties van aandelen of stemmen alsmede belangenverstrengelingen. Hierdoor zijn beleggers in staat om beter geïnformeerd en onderbouwd een beoordeling te maken van de aandelen waarin zij mogelijk transacties willen verrichten.10 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.

Hoofdstuk 5.3 Wft is een implementatie van de Europese Transparantierichtlijn.11 Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (PbEU 2004, L 390/38) en Richtlijn (EU) 2013/50 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (PbEU 2013, L 294/13). De Europese minimumdrempelwaarde bedraagt 5% voor melding van zeggenschap.12 Zie artikel 9 lid 1 Richtlijn 2004/109/EG (Transparantierichtlijn). Nederland maakt echter gebruik van de lidstaatoptie om een lagere drempel vast te stellen.13 Zie artikel 3 van de Transparantierichtlijn en artikel 1 lid 2 Richtlijn (EU) 2013/50 (herziene Transparantierichtlijn). Zie ook overweging 12 van de herziene Transparantierichtlijn: “(…) Rekening houdend met de bestaande verschillen in eigendomsconcentratie in de Unie en met de verschillen in vennootschapsrecht in de Unie die tot gevolg hebben dat het totale aantal aandelen verschilt van het totale aantal stemrechten voor sommige uitgevende instellingen, moeten de lidstaten echter wel het recht behouden om zowel lagere als aanvullende drempels vast te stellen voor kennisgeving van deelnemingen waaraan stemrechten zijn verbonden, en dezelfde kennisgeving op te leggen voor de drempels die gebaseerd zijn op kapitaalbelang. (…). Hiermee is Nederland strenger dan de overgrote meerderheid in Europa: zo hanteren 22 van de 31 landen (EER + Zwitserland) de geharmoniseerde minimumdrempelwaarde van 5%.14 Brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten. Slechts 6 van de 31 landen hanteren een drempelwaarde van 3%. Alleen Portugal en Tsjechië hanteren een nog strengere (eerste) meldingsdrempel van 2% respectievelijk 1% (voor grote ondernemingen).15 Practical Guide ESMA: National rules on notifications of major holdings under the Transparency Directive, ESMA31-67-535, 25 May 2018, online te vinden op: www.esma.europe.eu. Om welke reden heeft Nederland een strengere drempelwaarde dan de Europese geharmoniseerde drempelwaarde?

De huidige drempelwaarde van 3% is afkomstig van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (hierna: Commissie) van 30 mei 2007.16 H.U. van Heyningen Nanninga, ‘Het wetsvoorstel corporate governance en het consultatiedocument melding zeggenschap financiële instrumenten’, V&O 2009/10, p. 206-209; Het advies is weergegeven in de brief van de Minister van Financiën d.d. 19 juni 2007, Kamerstukken II 2006/07, 31083, 1. De Commissie heeft destijds in haar advies aanbevolen om de drempel voor het melden van zeggenschap en kapitaal in beursvennootschappen in het kader van de Wft te verlagen van 5% naar 3%. Argumenten hiervoor waren onder meer dat zowel beursvennootschappen als medeaandeelhouders in een eerder stadium de identiteit willen leren kennen van aandeelhouders van een bepaalde omvang, alsmede op voorhand willen weten hoe de machtsverhouding in de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) ligt. Dit was het gevolg van het optreden van bepaalde activistische aandeelhouders, waaronder een aantal hedgefondsen, maar ook van de toename van het aantal overnames van gevestigde ondernemingen door private equity partijen. Een lagere drempelwaarde zou de beursvennootschap en de medeaandeelhouders in staat stellen om in een eerder stadium de dialoog aan te gaan met deze grotere aandeelhouders.17 Kamerstukken II 2007/08, 31083, 4, p. 2. Daarnaast zou een (eerste) drempelwaarde van 3% aansluiten bij de drempels die door de ons omringende landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland worden gehanteerd.18 Beide landen kennen een drempelwaarde van 3%. Hierdoor bleef Nederland ook aantrekkelijk voor (buitenlandse) investeerders.19 Kamerstukken II 2007/08, 31083, 4, p. 2.

Het kabinet nam het voorstel van de Commissie grotendeels over.20 Zie artikel V van de wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007, Stb. 2012, 588. Zodoende heeft Nederland sinds 1 juli 2013 een (eerste) drempelwaarde van 3%. Waarom stelt het kabinet, gelet op het voorgaande, een nóg strengere meldplicht voor?

2.2 Naar een ‘strengere’ meldplicht

De recente ontwikkelingen op het gebied van corporate governance die zich in de praktijk hebben voorgedaan, noopten het kabinet ertoe om opnieuw een blik te werpen op onder andere hoofdstuk 5.3 Wft. Zo is in 2018 de nieuwe Corporate Governance Code (hierna: Code) wettelijk verankerd waarin het onderwerp langetermijnwaardecreatie een centrale plaats kreeg. Hierdoor zijn beursgenoteerde bedrijven in Nederland wettelijk verplicht om de Code na te leven volgens de pas toe of leg uit-regel.21 De Code bevat algemene opvattingen over een goede corporate governance. Daarnaast trad in 2017 de richtlijn bevordering langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (hierna: richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid) in werking.22 Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft (PbEU 2017, L 132/1). Bovendien heeft op 5 november 2019 de Eerste Kamer het Wetsvoorstel bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders, ter implementatie van voornoemde richtlijn, als hamerstuk afgedaan.23 De Wet bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders. Kamerstukken II 2018/19, 35058, 1 e.v. Deze wet bevat bepalingen om de betrokkenheid van aandeelhouders bij de corporate governance van beursvennootschappen verder te vergroten en de transparantie tussen vennootschappen en beleggers te bevorderen. Kortom, ontwikkelingen die het belang van de langetermijnwaardecreatie en daarmee samenhangend de dialoog tussen en met aandeelhouders onderstrepen.24 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 1, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.

Voorts is in de afgelopen periode bij diverse ondernemingen, zoals AkzoNobel, de langetermijnwaardecreatie onder druk komen te staan ten gunste van aandeelhouders die belang hebben bij een (koers)winst op korte termijn. Het kabinet vindt het belangrijk dat een tegenwicht wordt geboden aan de kortetermijngerichtheid.25 Het is niet de eerste keer dat het kabinet vindt dat een tegenwicht moet worden geboden aan kortetermijngerichtheid, zie ook: Kamerstukken II 2008/09, 32014, 3, p. 2. Uit de toelichting op het Voorontwerp volgt dat het verlagen van de meldingsdrempel naar 2% voor melding van zeggenschap en kapitaal, naast de reeds bestaande drempelwaarde van 3%, hieraan kan bijdragen.26 De huidige drempelwaarde van 3% blijft van belang voor beursvennootschappen en andere beleggers in verband met het agenderingsrecht uit artikel 2:114a van het Burgerlijk Wetboek (BW). De nieuwe drempelwaarde van 2% wordt daarom toegevoegd naast de bestaande drempelwaarden van 3, 5, 10, 15, 20, 25, 30, 40, 50, 60, 75 en 95%. Zo biedt een verlaging van de drempelwaarde het bestuur van een beursvennootschap een (nog) breder overzicht van wie haar aandeelhouders met een groter belang zijn; hierdoor kan zij gerichter met hen communiceren. Een goede onderlinge en constructieve dialoog tussen de aandeelhouders en de onderneming is van belang ter bevordering van een duurzame relatie van een onderneming met haar aandeelhouders.27 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl. Naast het bieden van een tegenwicht aan de kortetermijngerichtheid, stelt de meldingsdrempelwaarde van 2% bovendien (potentiële) aandeelhouders beter in staat bij hun beleggingsbeslissingen voldoende kennis te hebben van (wijzigingen in) stemverhoudingen en belangrijke kapitaalverhoudingen.28 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.

3 Reacties op het Voorontwerp

Van 23 mei 2019 tot en met 4 juli 2019 lag het Voorontwerp ter internetconsultatie.29 Een internetconsultatie biedt burgers, bedrijven en organisaties de mogelijkheid om te reageren op een wetsvoorstel.    Respondenten uit de internetconsultatie – meer specifiek de AFM, Eumedion, het Verbond van Verzekeraars, Euronext, Stibbe en Dufas – reageren kritisch op de voorgestelde maatregel. Sterker nog, de meesten zien de noodzaak er niet van in. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste argumenten tegen het Voorontwerp.

3.1 De maatregel draagt niet bij aan een Europese kapitaalmarktunie

Een belangrijk argument tegen het Voorontwerp is dat een lagere drempelwaarde van 2% niet lijkt bij te dragen aan de vorming van een Europese kapitaalmarktunie. Een kapitaalmarktunie is immers gebaat bij geharmoniseerde financiële marktenregelgeving, maar met de voorgestelde maatregel loopt Nederland nog meer uit te pas ten opzichte van wat in Europa gebruikelijk is.30 Zie onder meer de brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, de brief van Eumedion d.d. 24 juni 2019, p. 3, de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 2 en de brief van Dufas d.d. 3 juli 2019, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten. Een drempelwaarde van 2% lijkt daarom niet goed verenigbaar met de doelstellingen van de meldingsplichten uit de (herziene) Europese Transparantierichtlijn.31 Zie de brief van Eumedion van 24 juni 2019, B19.10, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten.

Het verdient opmerking dat de (herziene) Transparantierichtlijn de lidstaten het recht geeft om zowel lagere als aanvullende drempels vast te stellen, rekening houdend met de verschillen in eigendomsconcentratie en vennootschapsrecht in de Unie.32 Zie overweging 12 herziene Transparantierichtlijn. Nederland is dus niet gehouden om in de pas te lopen.

3.2 Overbodige administratieve lasten

Een ander belangrijk argument is dat men verwacht dat een verlaging van de drempelwaarde gepaard zal gaan met een “overbodige” administratieve lastendruk voor aandeelhouders. Het is de vraag of Nederland hierdoor aantrekkelijk blijft voor (buitenlandse) investeerders.33 Zie onder meer de brief van het Verbond van Verzekeraars d.d. 27 juni 2019, de brief van Euronext d.d. 3 juli 2019 en de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten; Vgl. Kamerstukken II 2011/12, 32014, 30, p. 4: “Met deze grens heb ik het advies van de Commissie Frijns gevolgd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de grenzen die gesteld zijn in de ons omringende landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland blijft hierdoor aantrekkelijk voor (buitenlandse) investeerders.”

Het kabinet onderkent dat de introductie van de 2% meldingsdrempel naar verwachting zal leiden tot meer meldingen en als gevolg daarvan tot een stijging van de administratieve lasten voor meldingsplichtigen. De inschatting is dat het aantal extra meldingen jaarlijks circa 4.500 zal bedragen.34 Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 4, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl. Eumedion35 Eumedion is het corporate governance en duurzaamheidsforum voor institutionele beleggers. , één van de dertien respondenten, betwijfelt echter of de geraamde toename van het aantal meldingen wel realistisch is en of de structurele administratieve lasten in de praktijk niet veel hoger zullen uitpakken voor de aandeelhouders. Temeer aangezien uit de nota naar aanleiding van het verslag over de introductie van de 3% meldingsdrempel de verwachting blijkt dat naarmate de grens om te melden lager ligt, het aantal meldingen meer dan proportioneel zal toenemen.36 Kamerstukken II 2009/10, 32014, 8, p. 7.

3.3 De maatregel is niet noodzakelijk

Een belangrijk argument is eveneens dat er reeds voldoende mogelijkheden bestaan om in contact te komen met (grotere) aandeelhouders – zowel onder bestaande als toekomstige wetgeving37 Inmiddels is het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid op 5 november 2019 als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Zie 2.2 Naar een ‘strengere’ meldplicht. .

Onder het huidige recht kunnen beursvennootschappen zelf het initiatief nemen om met haar aandeelhouders die een belang van 2% hebben de dialoog aan te gaan. De wet voorziet namelijk in de mogelijkheid voor beursvennootschappen om in de aanloop naar de AvA haar aandeelhouders vanaf een belang van 0,5% te identificeren.38 Zie artikel 49b Wet giraal effectenverkeer (Wge). Daarnaast wordt met de implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid deze mogelijkheid alleen maar verruimd.39 Zie onder meer de brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, de brief van Eumedion d.d. 24 juni 2019, p. 3, de brief van Dufas d.d. 3 juli 2019, de brief van Euronext d.d. 3 juli 2019 en de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 4, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten. Zo stelt Eumedion dat beursvennootschappen onder de toekomstige wetgeving “op ieder desgewenst moment een identificatieronde kunnen doen”. Respondenten zetten dus, zeker gelet op de toekomstige wetgeving, hun vraagtekens bij de toegevoegde waarde van het Voorontwerp.

De mogelijkheden onder zowel bestaande als toekomstige wetgeving40 Inmiddels is het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid op 5 november 2019 als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Zie 2.2 Naar een ‘strengere’ meldplicht. lijken echter rooskleuriger dan ze zijn, indien men het volgende in ogenschouw neemt. Weliswaar kunnen beursvennootschappen op grond van de huidige wetgeving in aanloop naar de AvA haar aandeelhouders vanaf een belang van 0,5% identificeren, maar dit betreft een strikt nationale regeling. Grensoverschrijdende identificatie via dat systeem is daardoor veelal niet mogelijk. De wet is namelijk afhankelijk van de vrijwillige medewerking van financiële tussenpersonen in het buitenland – de regeling legt immers geen verplichtingen op aan betrokken partijen. Voor zover het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid41 Inmiddels is de Wet bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders als hamerstuk aangenomen door de Eerste Kamer. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. het voorgaande zal vergemakkelijken, harmoniseert het wetsvoorstel slechts de identificatie van aandeelhouders binnen de Europese Unie. Het wetsvoorstel bevordert dus niet de identificatie van aandeelhouders die zich buiten de Europese Unie bevinden – terwijl in Nederland de beleggende investeerders veelal juist buiten de Europese Unie zetel hebben.42 Zie de brief van de Vereniging Effecten Uitgevende Ondernemingen d.d. 4 juli 2019, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten; zie ook Kamerstukken II 2018,19, 35058, C, p. 5.

4 Afsluitende opmerkingen

Het voornemen van het kabinet om een tegenwicht te bieden aan de kortetermijngerichtheid van aandeelhouders, valt – bezien vanuit het perspectief van het Rijnlandse model – toe te juichen. In de afgelopen periode is immers bij diverse ondernemingen de langetermijnwaardecreatie onder druk komen te staan ten gunste van aandeelhouders die belang hebben bij een (koers)winst op korte termijn. Het kabinet meent dat een lagere (eerste) drempelwaarde van 2% een tegenwicht kan zijn tegen kortetermijngerichtheid doordat de beursvennootschap een breder overzicht heeft van wie haar grotere aandeelhouders zijn, zodat zij gerichter met hen kan communiceren.

Uit een analyse van de reacties op het Voorontwerp blijkt dat een (nog) strengere meldplicht niet wordt omarmd. De belangrijkste argumenten tegen het Voorontwerp zijn dat een (nog) lagere drempelwaarde (i) niet bijdraagt aan een Europese kapitaalmarktunie, (ii) overbodige administratieve lasten voor aandeelhouders met zich brengt en (iii) niet noodzakelijk is gezien zowel bestaande als toekomstige wetgeving.

Het voorgaande laat zien dat niet geheel duidelijk is voor “welk probleem” het Voorontwerp een oplossing beoogt te bieden en waarom de bestaande wetgeving niet volstaat. Daarnaast is het de vraag of de voordelen van een (eerste) drempelwaarde van 2% daadwerkelijk opwegen tegen de nadelen die het (mogelijk) met zich brengt. De internetconsultatie is thans gesloten; het kabinet is weer aan zet. Zal het kabinet na bestudering van de reacties terugkrabbelen van zijn goedbedoelde initiatief? De tijd zal het leren.

Referenties   [ + ]

1. J. Kooiman, ‘Kabinet wil strengere meldplicht voor aandeelhouders’, NRC 29 mei 2019, online te vinden op: www.nrc.nl.
2. Vertrouwen in de toekomst, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34700, 34.
3. Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 1, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.
4. Vertrouwen in de toekomst, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34700, 34, p. 35.
5. Daarnaast heeft het kabinet een voorontwerp Wet bedenktijd voor beursvennootschappen gepubliceerd. Dit wetsvoorstel beoogt het bestuur van een beursvennootschap de mogelijkheid te bieden om een bedenktijd van 250 dagen (in plaats van 180 dagen) in te roepen wanneer een aandeelhouder het ontslag van een bestuurder of commissaris voorstelt of ingeval een (vijandig) overnamebod wordt aangekondigd. Het voorontwerp lag van 7 december 2018 tot en met 7 februari 2019 ter internetconsultatie.
6, 9. Zie artikelen 5:33 e.v. Wft. De Wft trad per 1 januari 2017 in werking en verving zeven sectorale wetten en de bij of krachtens deze sectorale wetten vastgestelde lagere regelgeving.
7. Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.; Onder zeggenschap wordt verstaan het door een natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden percentage stemmen in een beursvennootschap. Onder kapitaalbelang wordt verstaan het door een natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden percentage aandelen in een beursvennootschap.
8. E. van Rein en M. van Poll, ‘Hoekstra wil meldplicht aandeelhouders aanscherpen’, Het Financieele Dagblad 29 mei 2019; Het Financieele Dagblad 29 mei 2019, ‘Strengere meldplicht is onzinnig’, online te vinden op: www.fd.nl.
10, 27, 28. Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 2, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.
11. Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (PbEU 2004, L 390/38) en Richtlijn (EU) 2013/50 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (PbEU 2013, L 294/13).
12. Zie artikel 9 lid 1 Richtlijn 2004/109/EG (Transparantierichtlijn).
13. Zie artikel 3 van de Transparantierichtlijn en artikel 1 lid 2 Richtlijn (EU) 2013/50 (herziene Transparantierichtlijn). Zie ook overweging 12 van de herziene Transparantierichtlijn: “(…) Rekening houdend met de bestaande verschillen in eigendomsconcentratie in de Unie en met de verschillen in vennootschapsrecht in de Unie die tot gevolg hebben dat het totale aantal aandelen verschilt van het totale aantal stemrechten voor sommige uitgevende instellingen, moeten de lidstaten echter wel het recht behouden om zowel lagere als aanvullende drempels vast te stellen voor kennisgeving van deelnemingen waaraan stemrechten zijn verbonden, en dezelfde kennisgeving op te leggen voor de drempels die gebaseerd zijn op kapitaalbelang. (…).
14. Brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten.
15. Practical Guide ESMA: National rules on notifications of major holdings under the Transparency Directive, ESMA31-67-535, 25 May 2018, online te vinden op: www.esma.europe.eu.
16. H.U. van Heyningen Nanninga, ‘Het wetsvoorstel corporate governance en het consultatiedocument melding zeggenschap financiële instrumenten’, V&O 2009/10, p. 206-209; Het advies is weergegeven in de brief van de Minister van Financiën d.d. 19 juni 2007, Kamerstukken II 2006/07, 31083, 1.
17, 19. Kamerstukken II 2007/08, 31083, 4, p. 2.
18. Beide landen kennen een drempelwaarde van 3%.
20. Zie artikel V van de wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007, Stb. 2012, 588.
21. De Code bevat algemene opvattingen over een goede corporate governance.
22. Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft (PbEU 2017, L 132/1).
23. De Wet bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders. Kamerstukken II 2018/19, 35058, 1 e.v.
24. Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 1, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.
25. Het is niet de eerste keer dat het kabinet vindt dat een tegenwicht moet worden geboden aan kortetermijngerichtheid, zie ook: Kamerstukken II 2008/09, 32014, 3, p. 2.
26. De huidige drempelwaarde van 3% blijft van belang voor beursvennootschappen en andere beleggers in verband met het agenderingsrecht uit artikel 2:114a van het Burgerlijk Wetboek (BW). De nieuwe drempelwaarde van 2% wordt daarom toegevoegd naast de bestaande drempelwaarden van 3, 5, 10, 15, 20, 25, 30, 40, 50, 60, 75 en 95%.
29. Een internetconsultatie biedt burgers, bedrijven en organisaties de mogelijkheid om te reageren op een wetsvoorstel. 
30. Zie onder meer de brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, de brief van Eumedion d.d. 24 juni 2019, p. 3, de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 2 en de brief van Dufas d.d. 3 juli 2019, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten.
31. Zie de brief van Eumedion van 24 juni 2019, B19.10, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten.
32. Zie overweging 12 herziene Transparantierichtlijn.
33. Zie onder meer de brief van het Verbond van Verzekeraars d.d. 27 juni 2019, de brief van Euronext d.d. 3 juli 2019 en de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten; Vgl. Kamerstukken II 2011/12, 32014, 30, p. 4: “Met deze grens heb ik het advies van de Commissie Frijns gevolgd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de grenzen die gesteld zijn in de ons omringende landen zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Nederland blijft hierdoor aantrekkelijk voor (buitenlandse) investeerders.”
34. Conceptmemorie van toelichting Wet uitbreiding meldplichten aandeelhouders, p. 4, bijlage bij de brief van de Minister van Financiën d.d. 23 mei 2019, 2019-0000081113, online te vinden op: www.rijksoverheid.nl.
35. Eumedion is het corporate governance en duurzaamheidsforum voor institutionele beleggers.
36. Kamerstukken II 2009/10, 32014, 8, p. 7.
37. Inmiddels is het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid op 5 november 2019 als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Zie 2.2 Naar een ‘strengere’ meldplicht.
38. Zie artikel 49b Wet giraal effectenverkeer (Wge).
39. Zie onder meer de brief van de AFM d.d. 12 juni 2019, de brief van Eumedion d.d. 24 juni 2019, p. 3, de brief van Dufas d.d. 3 juli 2019, de brief van Euronext d.d. 3 juli 2019 en de brief van Stibbe d.d. 3 juli 2019, p. 4, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten.
40. Inmiddels is het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn aandeelhoudersbetrokkenheid op 5 november 2019 als hamerstuk afgedaan door de Eerste Kamer. Zie 2.2 Naar een ‘strengere’ meldplicht.
41. Inmiddels is de Wet bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders als hamerstuk aangenomen door de Eerste Kamer. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
42. Zie de brief van de Vereniging Effecten Uitgevende Ondernemingen d.d. 4 juli 2019, p. 3, online te vinden op: www.internetconsultatie.nl/wetuitbreidingmeldplichten; zie ook Kamerstukken II 2018,19, 35058, C, p. 5.