De uitspraak in de klimaatzaak eind vorig jaar was een memorabel moment voor de klimaatontwikkeling in Nederland. De klimaatzaak die in de media de nodige aandacht kreeg, werd in het voordeel van Urgenda beslecht. Met het oordeel van de Hoge Raad kwam er een einde aan de zaak die in 2013 begon.1https://www.rechtspraak.nl/Bekende-rechtszaken/klimaatzaak-urgenda Een overwinning voor klimaatactivisten, maar ondanks de uitspraak van de Hoge raad is de kous nog niet af. Hoewel in cassatie Urgenda voor de derde keer in haar gelijk werd gesteld, kunnen er nog wel de nodige vraagtekens bij de uitspraak worden gezet.

Urgenda dagvaardde in 2013 de Staat wegens het niet naleven van gemaakte klimaatafspraken. De Staat had kenbaar gemaakt dat zij de vermindering van 25% van de uitstoot van broeikasgassen niet zou halen. Urgenda, een samentrekking van ‘’urgente’’ en ‘’agenda’’, zet zich in voor een beter klimaat en strijdt voor een betere en groenere planeet. Zodoende was zij niet geamuseerd met de aankondiging dat de doelstelling niet gehaald zou worden en dat deze doelstelling naar beneden werd bijgesteld. Dat Urgenda in haar gelijk werd gesteld werd dan ook met enorme vreugde ontvangen: de Staat is verplicht te voldoen aan de reductie van 25% van de uitstoot van broeikasgassen ten opzicht van 1990.2https://www.youtube.com/watch?v=UxHzmuQoFQw : de blijdschap is goed te zien op 3:33.

Er zitten echter wel een aantal interessante juridische kanten aan deze uitspraak. Ten eerste, het is opvallend dat de rechter bindende aanwijzingen geeft aan de Staat, die erop neerkomen dat de regering en het kabinet moet voldoen aan de aanwijzingen van de rechter. De Staat voerde onder andere aan dat een bevel tot wetgeving van de rechter niet toelaatbaar is en dat het niet de taak van de rechter is om politieke afwegingen te maken. In cassatie werd door de Hoge Raad geoordeeld dat er niet een specifiek bevel tot wetgevende maatregelen wordt gegeven, maar dat de Staat vrij is om zelf te bepalen hoe deze maatregelen vorm moeten krijgen zolang de reductie van 25% van broeikassen in 2020 maar wordt gehaald. 3ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 8.2.7.

Doorbreking trias politica?

Het argument van de Staat dat het een politieke afweging betreft, die niet aan de rechter zou moeten toekomen, wordt ook door de Hoge Raad verworpen. Volgens haar hebben zowel het Hof als de Rechtbank een juiste afweging gemaakt. Urgenda heeft voldoende betoogt dat een snelle verandering in het klimaat inbreuk maakt op rechten van burgers die voortvloeien uit het EVRM, indien hiervoor geen (preventieve) maatregelen worden genomen. Als onderdeel van een democratische rechtstaat is het onder andere de taak aan de Staat om deze mensenrechten te beschermen.

Ook de Hoge Raad gaat mee met de argumentatie dat de acute dreiging van een gevaarlijke klimaatverandering passende maatregelen vereist en indien deze niet plaatsvinden de bescherming van de mensenrechten niet goed wordt nageleefd. De Hoge Raad benadrukt dat het onderdeel is van een democratische staat om haar ingezetene te beschermen.4ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 8.3.3 – 8.3.4.  De Staat moet zodoende haar deel bijdragen, omdat er anders inbreuk wordt gemaakt op deze mensenrechten. Dat de maatregelen van Nederland niet het mondiale probleem oplossen, wordt door de Hoge Raad onderkend. Maar door de afspraken die de Staat heeft gemaakt en door het meermaals erkennen van de ernst van het probleem is zij toch gehouden om, in de woorden van de Hoge Raad, het ”zijne te doen”. Samenvattend, volgens de Hoge raad is er geen sprake van doorbreking van de trias politica, omdat de Staat zelf de ruimte heeft om in te vullen hoe deze maatregelen getroffen moeten worden.

Juiste grondslag?

Dit was niet het enige opvallende uit deze zaak, zo werd ook de grondslag van de vordering van Urgenda meermaals aangevallen. Hoewel Urgenda de grondslag baseerde op art. 2 en 8 EVRM, komt de 25%-norm voort uit een besluit die gemaakt is op een jaarlijkse klimaatconferentie die op zijn beurt weer voortvloeit uit het VN-klimaatverdrag. Deze besluiten zijn op zichzelf niet juridisch bindend. De Hoge Raad concludeert, op basis van rechtspraak van het EHRM, echter dat zowel art. 2 en 8 EVRM van toepassing zijn op milieukwesties en dat zij niet alleen van toepassing zijn op individuen of specifieke groepen, maar ook op de gehele bevolking van een land.5ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 5.2.2- 5.3.1. Urgenda kan daarom haar vordering baseren op deze artikelen van het EVRM ondanks dat deze geen specifieke maatregelen specificeert.

Op grond van deze artikelen moeten staten passende maatregelen nemen om mogelijke inbreuk te voorkomen, ook al zijn deze alleen maar preventief van aard en is het niet zeker of het gevaar zich daadwerkelijk zal voordoen. De rechter kan oordelen of de genomen maatregelen in de betreffende situatie passend zijn. Er is nu dus besloten dat de maatregelen niet voldoende zijn en dat de reductie van 25% ten opzichte van 1990 moet worden gerealiseerd in 2020. Dit komt mede doordat de Staat niet heeft onderbouwd waarom de reductiedoelstelling in 2011 werd verlaagd, terwijl zij in de jaren ervoor meermaals de ernst van het probleem onderkend.

Hoe nu verder?

Met de uitspraak van de Hoge Raad lijkt het duidelijk, de Staat moet in 2020 ervoor zorgen dat de grens van 25% word gehaald. Toch is het niet zo zwart-wit, wat nu als deze grens dit jaar niet wordt gehaald? De Staat handelt dan onrechtmatig, maar wat zijn de gevolgen daarvan? Is de Staat dan schadeplichtig? Zo ja, jegens wie? De gehele bevolking of alleen jegens Urgenda? Schadeplichtig jegens de gehele bevolking leidt tot een onpraktische situatie. Schadeplichtig jegens Urgenda is ook niet reëel, nu zij juist ervoor staan dat de gehele bevolking van Nederland slachtoffer is. Daarbij komt nog de vraag aan toe wat dan precies de schade is. Het eisen dat verantwoordelijken voor het uitvoeren van het beleid moeten aftreden indien de doelstelling niet wordt gehaald, lijkt ook niet wenselijk. Dit zal waarschijnlijk het behalen van de doelstelling vertragen, omdat er dan nieuwe mensen in de regering en het kabinet moeten komen.

De gevolgen van niet-nakoming door de Staat brengt dus vraagtekens met zich mee, maar zelfs als de regering en het kabinet zich voldoende zal inspannen, betekent dit niet dat het daarmee geruisloos zal verlopen. Er is namelijk niet een waterdichte oplossing waarmee iedereen tevreden zal zijn. Als het in Nederland groener moet, zal daarvoor iemand de portemonnee moeten trekken. Is dat de overheid die vervolgens ergens anders op moet bezuinigen? Is dat de gewone burger? Is dat het bedrijfsleven? Het antwoord lijkt ergens te liggen in een combinatie van alle drie en er zal, zoals een goed Hollander betaamd, gepolderd moeten worden.

Het is helder dat de grens van 25% moet worden gehaald en dat er maatregelen moeten komen om de klimaatverandering tegen te gaan is overduidelijk, maar met de uitspraak in de klimaatzaak betekent allerminst dat er nu zekerheid is hoe dit zal gebeuren.

Referenties   [ + ]

1. https://www.rechtspraak.nl/Bekende-rechtszaken/klimaatzaak-urgenda
2. https://www.youtube.com/watch?v=UxHzmuQoFQw : de blijdschap is goed te zien op 3:33.
3. ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 8.2.7.
4. ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 8.3.3 – 8.3.4.
5. ECLI:NL:HR:2019:2006 r.o. 5.2.2- 5.3.1.