Sinds 1 januari van dit jaar is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van kracht. Hiermee is de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijkgesteld aan die van werknemers uit het bedrijfsleven.1Kamerstukken II 2001/02, 32 550, nr. 6, p. 1. (MvT) Voorheen hadden ambtenaren een eenzijdige aanstelling, wat een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.2www.wnra.nl. Met de Wnra is dit van rechtswege omgezet naar een arbeidsovereenkomst.3Art. 14 Wnra. Het begrip ‘ambtenaar’ is echter niet verdwenen, doordat er bij het werken voor de overheid nog steeds bepaalde eisen mogen worden gesteld met het oog op de integriteit en de bijbehorende ambtseed/belofte.4www.wnra.nl. De Ambtenarenwet 2017 blijft daarom van toepassing. Door de inwerkingtreding van de Wnra is echter nu niet meer het bestuursrecht, maar het privaatrecht, meer specifiek het Burgerlijk Wetboek, van toepassing is. Dit zorgt voor een belangrijke wijziging, die in deze blog belicht zal worden.

Ontslagprocedure
Het belangrijkste verschil ten opzichte van vóór de Wnra is de ontslagprocedure. Natuurlijk konden ambtenaren voorheen ook al ontslagen worden. Doordat het bestuursrecht echter van toepassing was, werd een ontslag gebaseerd op de Awb. De overheidswerkgever kon, nadat de ambtenaar zijn zienswijze had gegeven, op grond van de Awb eenzijdig overgaan tot een ontslagbesluit. Een ambtenaar kon hiertegen vervolgens bezwaar maken, daarna beroep instellen bij de rechtbank, sector bestuursrecht en eventueel in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Nu de eenzijdige aanstelling veranderd is in een arbeidsovereenkomst, is de ‘gewone’ ontslagprocedure van toepassing. Dit betekent dat de ‘preventieve ontslagtoets’ wordt gehanteerd. Afhankelijk van de ontslaggrond moet het ontslag getoetst worden door het UWV of de kantonrechter. Voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of in verband met langdurige ziekte is toestemming van het UWV vereist.5Art. 7:669 lid 3 sub a en b jo. Art. 7:671a lid 1 BW. Voor een ontslag dat meer in de persoon van de werknemer is gelegen, zoals disfunctioneren of ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, moet de werkgever de kantonrechter vragen om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.6Art. 7:669 lid 3 sub c-h jo art. 7:671b lid 1 BW. Is een werknemer het niet eens met het ontslag, dan kan hij in het geval van het UWV naar de kantonrechter stappen. Indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden, kan de werknemer in hoger beroep bij het gerechtshof en eventueel nog in cassatie bij de Hoge Raad.

Eerste ontslag genormaliseerde ambtenaar
Doordat de Wnra nog maar net van kracht is, was het wachten op het eerste ontslag van een ambtenaar onder het private ontslagrecht. Inmiddels heeft de kantonrechter in Groningen de eerste uitspraak gedaan over een ontslag van een genormaliseerde ambtenaar.7Ktr. Groningen 26 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1406.

In deze uitspraak staat de arbeidsverhouding tussen een hoogleraar en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) centraal. De RUG heeft de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een hoogleraar verzocht. Uit art. 7:669 lid 1 BW volgt dat voor ontbinding een redelijke grond is vereist en dat de werknemer niet binnen een redelijke termijn herplaatst kan worden. Die redelijke grond was volgens de RUG gelegen in het feit dat de hoogleraar verwijtbaar had gehandeld ex art. 7:669 lid 3 onder e BW. De hoogleraar had namelijk in 2014 buiten medeweten van de RUG een stichting opgericht ten behoeve van de financiering van een internationaal studieprogramma. Vijf jaar na oprichting maakte de hoogleraar het bestaan van de stichting pas kenbaar aan de RUG. Na onderzoek, ingesteld door de RUG, bleek dat in de periode van augustus 2014 tot maart 2019 1,4 miljoen euro op de bankrekening van de stichting was bijgeschreven, wat eigenlijk voor de RUG bestemd was. De betalingsverzoeken naar derden werden op briefpapier van de RUG verstuurd, waardoor het leek alsof er zaken met de RUG werd gedaan. Ondanks dat de hoogleraar bovenstaande niet deed om zichzelf te bevoordelen, heeft de hoogleraar door op deze manier te handelen de RUG de mogelijkheid om zelf over de middelen te beschikken ontnomen en daarnaast is door de handelswijze niet na te gaan of het geld dat door de stichting is ontvangen op verantwoorde wijze is uitgegeven. De kantonrechter heeft daarom geoordeeld dat het handelingen van de hoogleraar indruisen tegen de belangen van de RUG. Dit betekent dat er inderdaad sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, wat op grond van art. 7:669 lid 3 onder e BW een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst oplevert. Bij verwijtbaar handelen komt herplaatsing van de hoogleraar niet aan de orde en ook het recht op een transitievergoeding vervalt.

Analyse uitspraak
In deze uitspraak wordt veel aandacht besteed aan de integriteit van de hoogleraar. Bij ambtenaren staat integriteit, gelet op het publieke belang, hoog in het vaandel. Op 27 september 2019 is lid 2 aan artikel 2 van de Ambtenarenwet 2017 toegevoegd, waarin onder andere is bepaald dat openbare universiteiten, zoals de RUG, geen overheidswerkgever zijn.8Wet van 27 september 2019 tot wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs, Stb. 2019, 395. Dat betekent dus dat een hoogleraar geen ambtenaar meer is en de Ambtenarenwet 2017 niet meer van toepassing is. Desondanks benadrukt de kantonrechter dat van de hoogleraar verwacht mocht worden dat hij wist dat hij niet op deze manier mocht handelen.

Opmerkelijk in deze uitspraak is dat er wordt verwezen naar een uitspraak van de CRvB. De kantonrechter is van mening dat deze uitspraak ‘op de onderhavige zaak van toepassing nu de hoogleraar nog steeds een ambtenaar is’.9R.o. 4.18. Deze constatering is echter niet in lijn met art. 2 lid 2 sub d Ambtenarenwet 2017, waarin juist is bepaald dat onder andere hoogleraren geen ambtenaar meer zijn. In de literatuur wordt desondanks wel gewezen op het belang van de jarenlange rechtspraak van de CRvB, zeker op het gebied van integer handelen.10Stavleu, Ambtenaar ontslagen! De eerste Wnra uitspraak, 31 maart 2020, https://www.declercq.com/kennisblog/ambtenaar-ontslagen-de-eerste-wnra-uitspraak/. Nieuwe uitspraken op grond van de Wnra moeten daarom uitwijzen wat de rol van de rechtspraak van de CRvB bij het ontslag van genormaliseerde ambtenaren precies zal zijn.

Referenties   [ + ]

1. Kamerstukken II 2001/02, 32 550, nr. 6, p. 1. (MvT)
2, 4. www.wnra.nl.
3. Art. 14 Wnra.
5. Art. 7:669 lid 3 sub a en b jo. Art. 7:671a lid 1 BW.
6. Art. 7:669 lid 3 sub c-h jo art. 7:671b lid 1 BW.
7. Ktr. Groningen 26 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1406.
8. Wet van 27 september 2019 tot wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs, Stb. 2019, 395.
9. R.o. 4.18.
10. Stavleu, Ambtenaar ontslagen! De eerste Wnra uitspraak, 31 maart 2020, https://www.declercq.com/kennisblog/ambtenaar-ontslagen-de-eerste-wnra-uitspraak/.