Op 22 augustus 2019 is het voorontwerp van de Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure in consultatie gebracht.1Zie voor het voorontwerp van het wetsvoorstel en bijbehorende memorie van toelichting: https://www.internetconsultatie.nl/geschillenregelingenenquete. Het voorontwerp beoogt onder andere de geschillenregeling op enkele punten te vereenvoudigen en te flexibiliseren. Volgens de minister wordt de geschillenregelingprocedure – in vergelijking met de enquêteprocedure – nog weinig gevoerd.2 Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 4. Om de geschillenregeling aantrekkelijker te maken voor conflicterende aandeelhouders worden er twee essentiële wijzigingen voorgesteld: verruiming van de gronden voor uitstoting en uittreding én aanpassing van de procedurele aspecten van de geschillenregeling.

Met het oog op het webinar van het S.G.O.R. aanstaande vrijdag 27 november schets ik hieronder de pijnpunten van de geschillenregeling en hoe de minister deze denkt te kunnen verhelpen.

Verruiming gronden voor uitstoting en uittreding

Uitstoting

Wanneer twee aandeelhouders met elkaar in de clinch liggen, dan biedt boek 2 BW hen de mogelijkheid om de overdracht van aandelen van de andere partij te vorderen. De mogelijkheid tot uitstoting van een andere aandeelhouder is geregeld in art. 2:335 e.v. BW. Deze uitstootregeling is onder andere met de nodige wettelijke waarborgen omtrent de prijs en levering van aandelen omkleed. Op deze wijze kunnen aandeelhouders op een ordentelijke manier afscheid van elkaar nemen en tegelijkertijd een eerlijke prijs ontvangen dan wel betalen voor de overgedragen aandelen. 

Voor toepassing van de geschillenregeling kunnen ingevolge art. 2:336 lid 1 BW alleen gedragingen verricht in de hoedanigheid van aandeelhouder leiden tot vervulling van het criterium voor uitstoting. In de praktijk zijn de aandeelhouders vaak tevens bestuurder van de vennootschap. Gedragingen die de aandeelhouder dan in die hoedanigheid van bestuurder verricht – zoals bijvoorbeeld bestuurlijk wangedrag – vallen volgens de jurisprudentie niet onder de toepassing van de geschillenregeling.3Rb. Leeuwarden (vzr.) 30 juni 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BN0523 (Swisch Holding B.V./X), r.o. 5.4. Hierdoor is de geschillenregeling eigenlijk maar beperkt toegankelijk.

Om dit criterium te verruimen wordt in het wetsvoorstel geregeld dat ook gedragingen van een aandeelhouder in een andere hoedanigheid dan aandeelhouder door de rechter kunnen worden meegenomen in zijn belangenafweging. Dergelijke gedragingen kunnen namelijk zodanig schadelijk zijn voor het vennootschappelijk belang dat toepassing van de geschillenregeling noodzakelijk is.4 Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 8-9.

Uittreding

Ook uittreding is een remedie voor structurele aandeelhoudersgeschillen. Bij uittreding vordert een aandeelhouder dat zijn mede-aandeelhouders zijn aandelen overnemen. Artikel 2:343 lid 1 BW bepaalt dat er sprake moet zijn van een situatie waarbij de aandeelhouder ‘zodanig’ in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. Echter, in de jurisprudentie is er een zwaardere maatstaf ontstaan voor uittreding, namelijk dat er sprake moet zijn van ‘zwaarwegende omstandigheden’.5Zie bijvoorbeeld: Rb. Noord-Holland 8 mei 2013, JOR 2013/203 (Manyana/HRM), r.o. 5.3. Deze hogere lat voor uittreding in de jurisprudentie acht de minister onwenselijk.

Volgens de minister wordt de uittredingsgrond te beperkt uitgelegd, omdat er onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de uittredingsvordering. Om deze reden wordt het criterium voor uittreding aangepast in het wetsvoorstel. Door deze aanpassing kan een aandeelhouder een vordering tot uittreding instellen tegen één of meer mede-aandeelhouders, die zich “zodanig in strijd gedragen met hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd dat het voortduren van het aandeelhouderschap van de aandeelhouder in redelijkheid niet meer van hem gevergd kan worden”. Door de invoering van het criterium van redelijkheid en billijkheid wordt de drempel voor de uittredingsgrond verlaagd. Er hoeft niet meer sprake te zijn van ‘zwaarwegende omstandigheden’, maar het komt neer op de afweging van de redelijkheid en billijkheid. De rechter kan dan aanhaken bij het criterium van de redelijkheid en billijkheid zoals reeds vastgelegd in art. 2:8 BW. Volgens de minister biedt dit de rechter flexibiliteit zodat hij de omstandigheden van het geval, zoals de aandelenverhouding, mee kan nemen in zijn beoordeling.6 Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 9-11.

De vereenvoudigde geschillenregeling

Kritiek is er ook op de verhouding tussen de geschillenregeling en de enquêteprocedure. Vanuit het oogpunt van efficiency acht de minister het onwenselijk dat er na een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer een geschillenregelingprocedure bij de rechtbank aanhangig moet worden gemaakt, terwijl de Ondernemingskamer zich reeds heeft verdiept in het desbetreffende geschil.7 Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 12-15. Ook de doorlooptijd van de geschillenregeling via twee instanties is een doorn in het oog. Vaak bevinden ondernemingen zich aan de rand van de afgrond en dient er snel een einde te worden gemaakt aan de prangende situatie. Tegen de tijd dat de geschillenregelingprocedure volledig is doorlopen, is de onderneming vaak al failliet. Daarom wordt er doorgaans voor de onmiddellijke voorzieningen van de enquêteprocedure gekozen. Hiermee kun je op korte termijn een impasse doorbreken. Enig nadeel is dat deze onmiddellijke voorzieningen tijdelijk zijn. Er is dus baat bij een efficiënte en snellere geschillenregeling.

Een oplossing uit het wetsvoorstel die beoogt bij te dragen aan de effectiviteit van de geschillenregeling zijn de aanpassingen aan de procedurele aspecten van deze regeling. Zo regelt dit wetsvoorstel dat een vereenvoudigde geschillenregelingprocedure bij de Ondernemingskamer mogelijk is. Toegang tot deze vereenvoudigde procedure wordt verleend indien in de enquêteprocedure is geoordeeld dat sprake is van onjuist beleid of wanbeleid. Zodra dit oordeel is gegeven kan de aandeelhouder de vordering of het verzoek direct indienen bij de Ondernemingskamer. Hierdoor wordt de geschillenregelingprocedure slechts in één instantie – hoger beroep is niet mogelijk – doorlopen.  

Via de bovenstaande kernpunten van het wetsvoorstel denkt de minister de geschillenregeling nieuw leven in te kunnen blazen. Of rechters en advocaten uit de praktijk hier net zo over denken, horen we morgen tijdens het webinar!

 

Referenties   [ + ]

1. Zie voor het voorontwerp van het wetsvoorstel en bijbehorende memorie van toelichting: https://www.internetconsultatie.nl/geschillenregelingenenquete.
2. Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 4.
3. Rb. Leeuwarden (vzr.) 30 juni 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BN0523 (Swisch Holding B.V./X), r.o. 5.4.
4. Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 8-9.
5. Zie bijvoorbeeld: Rb. Noord-Holland 8 mei 2013, JOR 2013/203 (Manyana/HRM), r.o. 5.3.
6. Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 9-11.
7. Zie het Voorontwerp memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure, p. 12-15.