Enkele facetten van een overnamepoging op een beursvennootschap

De storm rondom het elektronicabedrijf Neways N.V. (hierna: Neways) is alweer enkele maanden gaan liggen. Wat begon met een vriendelijk bod van VDL, mondde uit in een ware overnamestrijd. Niet alleen koos VDL ervoor om – voor het eerst – een vijandige overnamepoging te doen; ook Infestos mengde zich in de strijd om beursvennootschap Neways over te nemen.

Voor buitenstaanders heeft een dergelijke biedingsstrijd al een sensationeel karakter – dat zal voor het bestuur van Neways des te meer het geval zijn geweest. Deze blog zal geenszins een volledige beschrijving zijn van alle facetten die bij een overnamepoging komen kijken. We vatten het proces aan de hand van deze overnamestrijd zeer beknopt samen en lichten een aantal elementen uit.

VDL staat bekend om zijn zeer succesvolle en lucratieve bedrijfsstrategie: het opkopen van verlieslijdende bedrijven, om ze vervolgens efficiënter te laten functioneren, waardoor het verlies uiteindelijk verandert in winst. Doorgaans bereiken zij dit door een hoger bod uit te brengen op de aandelen dan de waarde waarop de aandelen (al dan niet op de beurs) gewaardeerd zijn. De betreffende aandeelhouders ontvangen dan een hogere prijs dan de werkelijke waarde voor hun pakket, waar tegenover staat dat VDL dikwijls volledige zeggenschap in de vennootschap krijgt.1De minimumgrens zal daarbij dikwijls rond de 70-80% van het totale aantal aandelen liggen. Vanaf dat percentage is het mogelijk via de (pre-wired) backend-structuur uiteindelijk een belang van 100% in de vennootschap te realiseren, waardoor minderheidsaandeelhouders niet (meer) dwars kunnen liggen. Zie voor een heldere en uitgebreide uitleg: J. Barneveld, “De achterkant van het openbaar bod”, MvO 2019/5.5 en zie ook over de toelaatbaarheid hiervan t.a.v. de minderheidsaandeelhouder HR 14 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4117 (Versatel I), rov. 4.3.

Op het moment dat VDL een bod doet op het aandelenpakket van Neways, is – anders dan sommigen zouden vermoeden – eerst het bestuur aan zet. Het bestuur moet een besluit maken: is het beter voor (de langetermijnwaardecreatie van) Neways om overgenomen te worden door VDL (en daardoor mee te gaan in de hiervoor genoemde VDL-strategie), of is het beter om zelfstandig verder te gaan: de stand-alone-strategie. Dat is een keuze voor het bestuur van Neways (in samenspraak met de RvC), waarvoor het niet noodzakelijkerwijs verplicht is om in gesprek te gaan met bieder VDL.2Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1965 (AkzoNobel), rov. 3.14 . In dit geval zijn er in ieder geval oriëntatie gesprekken geweest tussen beide vennootschappen. Het bestuur kan dus in principe autonoom beslissen of hij het bod aan zijn aandeelhouders aanraadt. De aandeelhouders zullen vaak het advies van het bestuur volgen. Het bestuur kan gaan dwarsliggen door het gebruik van beschermingsconstructies wanneer hij de overname niet steunt. Daarom is dit vaak het moment dat de bieder afdruipt.3Dikwijls wordt er in het geval van een vijandige overname een beschermingsconstructie ingezet, vaak in de vorm van een stichting met een preferente aandelenoptie. Dat maakt het voor de bieder minder aantrekkelijk om over te gaan op een vijandige overname. Neways kent als één van de weinige beursvennootschappen een dergelijke beschermingsconstructie niet. Wel zou Neways gebruik kunnen maken van de in mei 2021 van kracht geworden wettelijke bedenktijd van 250 dagen; zie helder en uitgebreid: M. van Olffen, “Wettelijke bedenktijd beursvennootschappen definitief”, Ondernemingsrecht 2021/37.

Een belangrijk aspect hierbij is de “put-up or shut-up” regeling. Deze regeling is te vinden in art. 2a Besluit openbare biedingen Wft. Zodra duidelijk wordt dat een partij mogelijk een openbaar bod wil uitbrengen, kan deze partij door de Autoriteit Financiële Markten worden verplicht om duidelijkheid te verschaffen omtrent haar intenties. De potentiële bieder kan er dan voor kiezen om een bod uit te brengen, “to put up”, of om dat niet te doen, “to shut up”. Indien de potentiële bieder aangeeft geen bod uit te willen brengen, dan is het hem ook verboden dat  te doen in de zes daaropvolgende maanden. Wanneer de potentiële bieder niks doet, zich niet uitlaat over de geruchten maar ook geen bod doet, geldt er een shut up-periode van negen maanden. Indien er een concurrerend bod om de hoek komt kijken, vervalt de shut up-periode. Zo zou het in het geval van Neways voor VDL geen verschil hebben gemaakt indien het bedrijf had gekozen om geen bod uit te brengen. Na het bod van Infestos, stond het VDL vrij om zich verder te mengen in de biedingsstrijd.

Het bestuur van Neways heeft ten aanzien van het bod van €13,- per aandeel, gedaan door VDL, ervoor gekozen de overname niet aan zijn aandeelhouders aan te bevelen. Desalniettemin had al 68,7% van de aandeelhouders hun aandelen aangemeld.4J. Segenhout en S. Olsthoorn, ‘Overname Neways door VDL ketst af op prijs’, Het Financieele Dagblad, 19 mei 2021. Daarop heeft VDL besloten om het bod toch door te zetten.5S. Olsthoorn en T. Daling, ‘VDL Groep probeert Neways met vijandig bod alsnog in te lijven’, Het Financieele Dagblad, 28 mei 2021. Dat is voor VDL een unicum, aangezien zij hun vele eerdere overnames altijd in samenspraak met het bestuur van de betreffende doelvennootschappen heeft gedaan.6J. Segenhout en S. Olsthoorn, ‘Overname Neways door VDL ketst af op prijs’, Het Financieele Dagblad, 19 mei 2021. De biedingsstrijd brandt ook nog eens echt los wanneer vervolgens investeerder Infestos bekend maakt VDL te willen overnemen voor €14,55 per aandeel.7C. Grol, ‘Biedingenstrijd rond Neways brandt los’, Het Financieele Dagblad, 24 juni 2021. Infestos heeft, in tegenstelling tot VDL, wel overeenstemming bereikt met het bestuur van Neways. VDL besluit daarop haar (vijandige) overnamepoging toch te staken.8 S. Olsthoorn en J. Segenhout, ‘Na afrduipen VDL moet Neways zich zelfstandig bewijzen’, Het Financieele Dagblad, 6 juli 2021. Uiteindelijk wordt Neways ‘ingelijfd’ door Infestos – wat er de facto op neerkomt dat Neways haar huidige beleid door zal kunnen zetten. Daarin zal het bestuur zich moeten gaan bewijzen.

Referenties

1 De minimumgrens zal daarbij dikwijls rond de 70-80% van het totale aantal aandelen liggen. Vanaf dat percentage is het mogelijk via de (pre-wired) backend-structuur uiteindelijk een belang van 100% in de vennootschap te realiseren, waardoor minderheidsaandeelhouders niet (meer) dwars kunnen liggen. Zie voor een heldere en uitgebreide uitleg: J. Barneveld, “De achterkant van het openbaar bod”, MvO 2019/5.5 en zie ook over de toelaatbaarheid hiervan t.a.v. de minderheidsaandeelhouder HR 14 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4117 (Versatel I), rov. 4.3
2 Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1965 (AkzoNobel), rov. 3.14 .
3 Dikwijls wordt er in het geval van een vijandige overname een beschermingsconstructie ingezet, vaak in de vorm van een stichting met een preferente aandelenoptie. Dat maakt het voor de bieder minder aantrekkelijk om over te gaan op een vijandige overname. Neways kent als één van de weinige beursvennootschappen een dergelijke beschermingsconstructie niet. Wel zou Neways gebruik kunnen maken van de in mei 2021 van kracht geworden wettelijke bedenktijd van 250 dagen; zie helder en uitgebreid: M. van Olffen, “Wettelijke bedenktijd beursvennootschappen definitief”, Ondernemingsrecht 2021/37.
4 J. Segenhout en S. Olsthoorn, ‘Overname Neways door VDL ketst af op prijs’, Het Financieele Dagblad, 19 mei 2021
5 S. Olsthoorn en T. Daling, ‘VDL Groep probeert Neways met vijandig bod alsnog in te lijven’, Het Financieele Dagblad, 28 mei 2021.
6 J. Segenhout en S. Olsthoorn, ‘Overname Neways door VDL ketst af op prijs’, Het Financieele Dagblad, 19 mei 2021.
7 C. Grol, ‘Biedingenstrijd rond Neways brandt los’, Het Financieele Dagblad, 24 juni 2021
8  S. Olsthoorn en J. Segenhout, ‘Na afrduipen VDL moet Neways zich zelfstandig bewijzen’, Het Financieele Dagblad, 6 juli 2021.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *