Vrouwen aan de top

Op 28 september 2021 is het wetsvoorstel ‘Evenwichtiger verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen’ (hierna: het wetsvoorstel) aangenomen door de Eerste Kamer.1Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschap (35628). Het wetsvoorstel treedt naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari 2022 in werking. Het wetsvoorstel heeft tot doel de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in de top van grote bedrijven evenwichtiger te maken. Dit wil de minister bereiken door de invoering van het ingroeiquotum en de streefcijferregeling. Eerdere pogingen om de genderdiversiteit binnen de top van het bedrijfsleven te verbeteren hebben tot dusver weinig resultaat gehad. Leidt dit wetsvoorstel wél tot een wezenlijke verandering in het aantal vrouwen aan de top?
In deze bijdrage bespreek ik de aanleiding van het wetsvoorstel, de inhoud van het wetsvoorstel en een aantal in het oog springende reacties tijdens de consultatieperiode.

Voormalige streefcijferregeling
Tot 1 januari 2020 was de wettelijke streefcijferregeling voor de man-vrouwverhouding voor ‘grote’ vennootschappen van kracht.2Wet van 10 februari 2017, houdende wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen (Stb. 2017, 68). Grote vennootschappen zijn vennootschappen die geen gebruik kunnen maken van vrijstellingen of een verlicht regime met betrekking tot de inrichting van de jaarrekeningen en deponering van stukken bij het handelsregister.3Een NV of BV kwalificeert als een grote vennootschap als de jaarrekening twee jaar achter elkaar voldoet aan minimaal twee van de volgende kenmerken: een balanstotaal groter dan 20 miljoen euro, een netto-omzet groter dan 40 miljoen euro en een gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar van 250 of meer. De aanleiding tot deze streefcijferregeling in 2013 was dat Nederland in vergelijking tot andere landen een erg laag aantal vrouwen in bestuurlijke functies kende, en er geen verwachting was dat dit aantal op een natuurlijke wijze zou groeien. Op grond van die regeling moest er bij benoemingen en voordrachten zoveel mogelijk rekening worden gehouden met een evenwichtige man-vrouwverdeling binnen het bestuur en de raad van commissarissen. Er werd gestreefd naar ten minste 30 procent vrouw en ten minste 30 procent man. Deze regeling werkte op basis van het pas toe of leg uit-beginsel. Indien het streefpercentage van 30 procent niet werd bereikt, had de vennootschap slechts de verplichting om in het bestuursverslag uit te leggen waarom de zetels niet evenwichtig waren verdeeld. Met regelmaat werd gebruik, dan wel misbruik, gemaakt van het vrijblijvende karakter van de streefcijferregeling. De regeling werkte in de praktijk niet effectief.
Het kabinet heeft de Sociaal-Economische Raad (hierna: SER) gevraagd om advies uit te brengen over de streefcijferregeling en heeft aan de hand van dit advies de balans opgemaakt.4Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 2 (MvT). Het kabinet constateert, net zoals de SER, dat resultaten structureel achterbleven onder het oude bewind. De resultaten waren dusdanig teleurstellend dat het kabinet zich genoodzaakt zag om ingrijpende maatregelen te nemen om het aantal vrouwen in de top te bevorderen.5Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 9 (MvT). De nieuwe wet heeft een minder vrijblijvend karakter en beoogt zoden aan de dijk te zetten voor meer genderdiversiteit.

Evenwichtiger man/vrouw verhouding
In deze paragraaf zal ik de hoofdlijnen van het wetsvoorstel schetsen. Het wetsvoorstel bestaat uit twee maatregelen; het ingroeiquotum en de streefcijferregeling. Ten eerste wordt een ingroeiquotum voor beursvennootschappen in artikel 2:142b Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ingevoerd.6Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 10 (MvT). Het ingroeiquotum betekent dat personen wier benoeming niet tot een evenwichtige samenstelling zou leiden, niet kunnen worden benoemd tot commissaris. De samenstelling wordt als evenwichtig beschouwd indien deze voor ten minste een derde uit vrouwen en een derde uit mannen bestaat. Als er een benoeming wordt gedaan in strijd met deze wet, dan is deze benoeming nietig. Voor vennootschappen kan dit concreet betekenen dat voor iedere topman die de komende jaren vertrekt een topvrouw moet worden benoemd totdat er een evenwicht is bereikt.
Ten tweede het formuleren van passende en ambitieuze streefcijfers voor grote vennootschappen. Voor grote vennootschappen introduceren de nieuwe artikelen 2:166 BW (voor NV’s) en 2:276 BW (voor BV’s) een verplichting om ‘passende’ en ‘ambitieuze’ doelen in de vorm van een streefcijfer vast te stellen. Het doel is om de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur, de raad van commissarissen en de subtop evenwichtiger te maken. Met ‘passend’ wordt bedoeld dat het streefcijfer afhankelijk is van de omvang van het bestuur, de raad van commissarissen, de subtop en van de bestaande verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen. Met ‘ambitieus’ wordt bedoeld dat het streefcijfer erop gericht moet zijn om de samenstelling evenwichtiger te maken dan de bestaande situatie.7Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 12 (MvT). Daarnaast worden grote vennootschappen verplicht een plan op te stellen waarmee de gestelde doelen zullen worden gerealiseerd. Dit diversiteitsbeleid wordt vervolgens aan de SER gerapporteerd en in het bestuursverslag van de onderneming opgenomen.8Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 12 en 13 (MvT). Het wetsvoorstel is tijdens de consultatieperiode over het algemeen positief ontvangen. In de volgende paragrafen bespreek ik een paar opvallende reacties.

Van Doorne: beperkt inclusief karakter
Van Doorne vindt het opvallend dat het wetsvoorstel uitgaat van een binaire opvatting van genderdiversiteit die niet door iedereen in Nederland wordt gedeeld en waarin ook niet in iedereen in Nederland zich persoonlijk zal herkennen.9Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.2. Erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit is wenselijker. De binaire opvatting die aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt staat haaks op het oogmerk van de minister om gelijke kansen te bevorderen, ongeacht het geslacht. Daarom raadt Van Doorne de minister aan om het beperkt inclusieve karakter van het wetsvoorstel te heroverwegen.
Ook vraagt Van Doorne aandacht voor de sanctie die staat op een strijdige benoeming. Een benoeming in strijd met 2:142b BW is nietig, maar geeft geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de besluitvorming waaraan is deelgenomen. Bijvoorbeeld in situaties waar quorum- of meerderheidseisen zijn voorgeschreven. Zijn de genomen besluiten geldig indien blijkt dat ze tot stand zijn gekomen door medewerking van een (achteraf) nietig benoemde bestuurder of commissaris? Het wetsvoorstel biedt geen uitsluitsel over deze kwestie, dit kan in de praktijk tot problemen leiden. Volgens Van Doorne zijn andere sancties, zoals verplichte verantwoording op de website van de vennootschap, verkieslijk boven nietigheid.10Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.4. Deze aanbevelingen zijn niet doorgevoerd in het uiteindelijke wetsvoorstel.

De Brauw: ingroeiquotum uitsluitend voor de niet-uitvoerende bestuurders
De Brauw Blackstone Westbroek (hierna: De Brauw) is van mening dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders.11Van Doorne haalt dit punt ook aan in haar reactie: Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie: Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.3. De gedachte die ten grondslag ligt aan het advies van de SER is, dat een meer divers samengestelde raad van commissarissen een positieve doorwerking zal hebben op de samenstelling van het bestuur. In de praktijk zullen de niet-uitvoerende bestuurders verantwoordelijk zijn voor de voordracht van bestuurders, vergelijkbaar met de taak van raad van commissarissen. De Brauw vindt het daarom passend als het ingroeiquotum uitsluitend ziet op de niet-uitvoerende bestuurders.12De Brauw Blackstone Westbroek N.V. (Mr. C.R. Nagtegaal), ‘Reactie De Brauw Blackstone Westbroek N.V. op het voorontwerp tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het moderniseren van het recht inzake naamloze vennootschappen en het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen’, p. 3 en 4. Deze aanbeveling is niet doorgevoerd in het uiteindelijke wetsvoorstel.

VEB: wettelijk diversiteitsquotum is een uitzonderlijke en zware maatregel
De Vereniging van Effectenbezitters (hierna: VEB) vindt het in de wet opnemen van een quotum voor de man-vrouwverdeling in de raad van commissarissen ingrijpend. Het druist in zekere zin in tegen het voornemen het Nederlandse ondernemingsrecht flexibeler te maken. De VEB acht diversiteit van groot belang voor de samenstelling van een orgaan, met name ook ten aanzien van kennis en kunde alsmede sociale en etnische achtergrond. Diversiteit reikt verder dan de man-vrouwverdeling. Echter, een wettelijk diversiteitsquotum is een uitzonderlijke en zware maatregel waarbij de VEB zich afvraagt of dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van commissarissen en bestuurders. De VEB stelt voor om beursgenoteerde vennootschappen de mogelijkheid te bieden in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk van het diversiteitsquotum af te wijken. Bijvoorbeeld indien de levensvatbaarheid of de financiering ernstig wordt bedreigd en de kennis en expertise van een individuele kandidaat-commissaris in dat kader onmisbaar zijn.13VEB – European Investors (mr. drs. N. Lemmers), ‘Consultatiereactie VEB op het voorontwerp ‘Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’’, p. 5. Deze aanbeveling is niet doorgevoerd in het uiteindelijke wetsvoorstel.

Conclusie
De Wet evenwichtiger man/vrouwverhouding introduceert een streefcijfer en ingroeiquotum om de genderdiversiteit in de top van het bedrijfsleven te vergroten. Ik sluit me aan bij de opvatting van VEB en Van Doorne dat diversiteit verder strekt dan geslacht. Denk aan etnische verscheidenheid. Hopelijk kan op een natuurlijke wijze diversiteit en kansengelijkheid in de breedste zin van het woord bereikt worden. Anders is hiervoor wellicht ook wettelijk ingrijpen vereist.
Het wetsvoorstel geeft als sanctie nietigheid bij een strijdige benoeming. Nietigheid als sanctie lijkt mij terecht, omdat de bepaling anders een papieren tijger zou zijn. Daarnaast was de vrijblijvendheid juist het mankement van de vorige regeling. Hopelijk zal de nieuwe wet bijdragen aan een evenwichtiger verdeling tussen mannen en vrouwen.

Referenties

1 Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschap (35628).
2 Wet van 10 februari 2017, houdende wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen (Stb. 2017, 68).
3 Een NV of BV kwalificeert als een grote vennootschap als de jaarrekening twee jaar achter elkaar voldoet aan minimaal twee van de volgende kenmerken: een balanstotaal groter dan 20 miljoen euro, een netto-omzet groter dan 40 miljoen euro en een gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar van 250 of meer.
4 Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 2 (MvT).
5 Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 9 (MvT).
6 Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 10 (MvT).
7 Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 12 (MvT).
8 Kamerstukken II 2020/21, 35628, nr 3, p. 12 en 13 (MvT).
9 Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.2.
10 Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.4.
11 Van Doorne haalt dit punt ook aan in haar reactie: Van Doorne (mr. H. Reumkens), ‘Reactie Van Doorne N.V. consultatie: Voorontwerp Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’, nr. 5.3.
12 De Brauw Blackstone Westbroek N.V. (Mr. C.R. Nagtegaal), ‘Reactie De Brauw Blackstone Westbroek N.V. op het voorontwerp tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het moderniseren van het recht inzake naamloze vennootschappen en het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen’, p. 3 en 4.
13 VEB – European Investors (mr. drs. N. Lemmers), ‘Consultatiereactie VEB op het voorontwerp ‘Modernisering NV-recht en evenwichtiger man/vrouw verhouding’’, p. 5.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *