Sustainable Corporate Governance: duurzaamheid in alle hoeken van de samenleving

De Europese Commissie (hierna: Commissie) timmert hard aan de weg om het eerste deel van de klimaatdoelstellingen uit de European Green Deal voor 2030 te behalen. De Green Deal is een nieuwe groeistrategie die de Europese Unie moet omvormen tot een eerlijke en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie. Vanaf 2050 worden in deze samenleving netto geen broeikasgassen meer uitgestoten en de economische groei is losgekoppeld van het gebruik van die hulpbronnen. Om deze doelstellingen handen en voeten te geven heeft de Commissie diverse zogenoemde ‘Action Plans’ ontwikkeld. Deze actieplannen geven een toekomstgericht plan met de concrete stappen die gemaakt moeten worden voor betere en vernieuwde wetgeving en doordachte financiering voor de European Green Deal. Een voorbeeld is het Sustainable Finance Action Plan. Uit dit plan vloeit onder andere de Taxonomieverordening 1Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088, PbEU L198/13. en de Sustainable Finance Disclosure Directive (SFDR)2Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector, PbEU L371/1. voort. Met deze set aan wetgeving tracht de Europese wetgever green washing tegen te gaan, een eenduidig begrip van de definitie ‘ecologisch duurzaam’ te geven en de ‘attitude behaviour gap’ te dichten. De attitude behaviour gap houdt in dat de duurzame overtuigingen van consumenten niet worden weerspiegeld in hun marktgedrag. Daarnaast dient er meer transparantie te worden verstrekt op het gebied van duurzaamheidsrisico’s en ongunstige effecten op het klimaat en geheel niet onbelangrijk: het verleggen van de kapitaalstromen binnen het financiële systeem om het begrotingsgat in de European Green Deal te dichten.3S.M.C. Nuijten, S.A.M. Vermeulen, en F.W.J. van der Eerden, ‘Alleen samen krijgen we klimaatverandering onder controle? Over handhaving van duurzaamheidsverplichtingen voor financiële ondernemingen’, FR nr. 8/9 september 2021, p. 320. Op de agenda van de Commissie staat ook het opstellen van wetgeving op het gebied van duurzame corporate governance binnen grote ondernemingen. Hoewel de Europese wetgeving op het gebied van sustainable corporate governance momenteel nog in de kinderschoenen staat, doen ondernemingen er verstandig aan hier nu vast rekenschap van te geven.

Study on directors’ duties and sustainable corporate governance

In 2019 is de verwachting reeds gewekt dat duurzaamheid verder moet worden geïntegreerd in het corporate governance-kader. Volgens de Commissie focussen met name beursvennootschappen zich nog te veel op financiële resultaten op korte termijn en te weinig op hun ontwikkeling op lange termijn en de relevante duurzaamheidsaspecten.4Communication from the Commission  – The European Green Deal’, 11 december 2019, COM(2019)640, par. 2.2.1. De Dutch Corporate Governance Code spreekt in het eerste hoofdstuk al over het principe van lange termijn waardecreatie. Het bestuur ontwikkelt een visie en strategie op deze lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. In deze strategie dient in ieder geval aandacht besteed aan relevante aspecten van ondernemen, zoals het milieu en sociale aangelegenheden. Het belang van een vennootschap en de met haar verbonden onderneming wordt in de regel bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming.5HR 4 april 2014, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Roovers/Cancun Holding I), r.o. 4.2.2. Bestuurders en commissarissen dienen daarbij zorgvuldigheid te betrachten jegens de belangen van de relevante stakeholders van de onderneming.6HR 4 april 2014, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Roovers/Cancun Holding I), r.o. 4.2.3. Garcia Nelen meent dat het principe van lange termijn waardecreatie en het bevorderen van het bestendige succes van de onderneming gelijkluidend moeten worden uitgelegd.7S.B. Garcia Nelen, De beursvennootschap, corporate governance en strategie (Uitgaven vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht nr. 120), Deventer: Wolters Kluwer 2020, p. 78.

In de praktijk staan beursgenoteerde ondernemingen er helaas anders voor. In opdracht van de Commissie heeft het bedrijf Ernst & Young (hierna: EY)  in 2020 de ‘Study on directors’ duties and sustainable corporate governance’ verricht naar de vermeende korte termijn druk die de Commissie heeft geschetst.8Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Study on directors’ duties and sustainable corporate governance : final report, Publications Office, 2020, https://data.europa.eu/doi/10.2838/472901.">https://data.europa.eu/doi/10.2838/472901. Uit het rapport blijkt dat beursgenoteerde ondernemingen een duidelijke neiging tot ‘short-termism’ hebben. Dit houdt in dat ondernemingen zich overmatig focussen op korte termijn resultaten in plaats van lange termijn waardecreatie. De ratio van dividenduitkeringen en de inkoop van eigen aandelen tegenover het netto bedrijfsinkomen is in de periode van 1992 tot 2018 gestegen van 20% naar 60%, terwijl investeringsuitgaven (Capex) op het gebied van innovatie en onderzoek juist zijn gedaald van 45% naar 38%.9Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu. Ondernemingen geven vooralsnog vaak voorrang aan het maximaliseren van aandeelhouderswaarde. Volgens EY zijn er zeven oorzaken aan te wijzen voor het short-termism:

  1. De aanwezigheid van een restrictieve kijk op de bestuurstaak en het vennootschappelijk belang;
  2. De groeiende druk van investeerders met een korte termijn blik;
  3. Ondernemingen hebben geen strategisch perspectief op duurzaamheid en huidige strategieën zijn niet voldoende om effectief relevante duurzaamheidsrisico’s en – impacts te identificeren en beheersen;
  4. Het bezoldigingsbeleid bemoedigt juist een korte termijn focus op aandeelhouderswaarde in plaats van lange termijn waardecreatie voor de onderneming;
  5. De huidige bestuurssamenstellingen ondersteunen niet volledig een strategische verandering naar duurzaam beleid;
  6. De huidige corporate governance-kaders geven onvoldoende uitdrukking van de lange termijn belangen van stakeholders;
  7. De verplichting om het lange termijn belang van de onderneming in aanmerking te nemen kan slechts beperkt worden gehandhaafd.10Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Study on directors’ duties and sustainable corporate governance : final report, Publications Office, 2020, p. 10.

EY heeft een aantal beleidsinitiatieven voorgesteld om het probleem van short-termism op te lossen. Hierop is door wetenschappers veel kritiek geuit, maar het lijkt dat de Commissie de voorstellen uit het rapport serieus in overweging neemt en zich al dan niet deels schaart achter de conclusies van EY.11Zie o.a. B.J. de Jong, ‘Duurzame corporate governance: Europese en Nederlandse ontwikkelingen’, TOR 2021/33, p. 197.

Het initiatiefvoorstel sustainable corporate governance

Een aantal lidstaten heeft reeds stappen ondernomen om duurzaamheid op nationaal niveau onderdeel te maken van het corporate governance-kader. Volgens de Commissie zal dit niet voldoende zijn. Duurzaamheidsproblemen hebben grensoverschrijdende effecten en nationale wetgeving zorgt voor marktfragmentatie.12Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 2. Daarnaast brengt het short-termism mee dat ondernemingen zich voornamelijk focussen op financiële prestaties.  Dit vermindert volgens de Commissie het vermogen van ondernemingen om duurzaamheid te integreren in bedrijfsstrategieën en -besluiten. Van 26 oktober 2020 tot 8 februari 2021 heeft de Commissie een publieke consultatie gehouden over het initiatief tot ‘sustainable corporate goverance’. De inhoud van dit initiatief staat uiteraard nog niet vast, maar kan wel een indicatie geven over wat de toekomst voor de (grote) corporates in petto heeft.13Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu., p. 3. Het is nog onduidelijk welke ondernemingen onder de richtlijn zullen vallen. De Commissie is voornemens wetgeving samen te voegen in één toekomstige richtlijn op het gebied van corporate governance en due diligence . De verwachting was dat het initiatiefvoorstel nog eind 2021 zou resulteren in een richtlijnvoorstel. Het richtlijnvoorstel is echter nog niet gepubliceerd.

Sustainable corporate governance

Op basis van het short-termism overweegt de Commissie nieuwe verplichtingen te introduceren voor ondernemingen en bestuurders om geen verdere schade te veroorzaken aan het milieu en bredere belangen mee te wegen in de besluitvorming. Er wordt van ondernemingen verwacht dat zij maatregelen treffen om een nadelige duurzaamheidsimpact te voorkomen. Van bestuurders wordt verwacht dat zij alle relevante belangen meewegen op het gebied van duurzaamheid op de lange termijn. In het initiatiefvoorstel benoemt de Commissie expliciet dat belangen van werknemers en andere stakeholders die worden geraakt door de bedrijfsvoering moeten worden meegewogen.14Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 3. Bestuurders moeten de belangen van stakeholders identificeren en de duurzaamheidsrisico’s identificeren (due diligence). Daarnaast moeten zij deze belangen en risico’s integreren in hun strategie aan de hand van meetbare en in de tijd gedefinieerde doelen. Tot slot dient er een toereikend instrument te worden ontwikkeld om de verplichtingen te handhaven.15Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu., p. 3.

Ook het Europees Parlement (hierna: Parlement) heeft niet stilgezeten. Zij heeft op 17 december een Resolutie aangenomen. Een resolutie geeft het standpunt van het Parlement over een bepaald onderwerp. Het Parlement is van mening dat de zorgplicht van bestuurders mede duurzaamheidsoverwegingen omvat. Ook is zij van mening dat de wettelijke plicht van uitvoerend bestuurders om in het belang van de onderneming te handelen moet worden opgevat als de plicht om langetermijnbelangen en risico’s, effecten, kansen en afhankelijkheden met betrekking tot duurzaamheid te integreren in de algemene strategie van de onderneming.16Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 18. Daarnaast verzoekt het Parlement de Commissie een wetgevingsvoorstel in te dienen om ervoor te zorgen dat de plicht van bestuurders mede omvat de plicht om langetermijnbelangen van de ondernemingen, de maatschappelijke belangen in bredere zin en de belangen van werknemers en andere relevante belanghebbenden in het oog te houden. In dit wetgevingsvoorstel ziet het Parlement ook graag een wettelijk verplichting voor bestuurders om een duurzaamheidsstrategie op te stellen en openbaar te maken.17Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 19. Via deze resolutie is het standpunt dat het Parlement in de toekomst gaat innemen duidelijk, er moet een cultuur worden gecreëerd binnen de bestuursorganen van ondernemingen waarin rekening wordt gehouden met en gehandeld wordt overeenkomstig de duurzame corporate governance.18Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 7.

Het initiatief kan leiden tot een normatief richtsnoer voor bestuurders en commissarissen dat centraal staat in onze nationale corporate governance. Dit is nieuw, aangezien corporate governance tot op heden altijd een nationale aangelegenheid is geweest.19S.B. Garcia Nelen, ‘Een Europees initiatief voor duurzame corporate governance’, Ondernemingsrecht 2021/32 afl. 5, p. 191.

Due diligence

Uit de ‘Study on due diligence requirements through the supply chain’ blijkt dat slechts een beperkt aantal ondernemingen onderzoek verricht naar welke gevolgen hun bedrijfsactiviteiten hebben op Environmental, Social and Governance-factoren (ESG-factoren).20Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Torres-Cortés, F., Salinier, C., Deringer, H., et al., Study on due diligence requirements through the supply chain : final report, Publications Office, 2020. Uit het onderzoek blijkt tevens dat er een brede steun bestaat voor de verankering van een maatschappelijke due diligence-verplichting in de wet. De due diligence-verplichting zal voornamelijk gebaseerd en geïnspireerd worden door internationale standaarden, zoals de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: OESO). De OESO-lidstaten hebben in de ‘Guidelines for multinational Enterprises for Responsible Business Conduct’ afgesproken dat human rights due diligence een noodzakelijk onderdeel is van het internationaal zaken doen. Ook de Nederlandse overheid onderschrijft het belang van de ontwikkeling van een Europees kader voor een due diligence-verplichting op het gebied van mensenrechten en klimaatproblemen. Uit diverse Nederlandse onderzoeken blijkt dat te weinig Nederlandse ondernemingen rekening houden met RBC-normen (Responsible Business Conduct) uit de OESO-guidelines.21Ministery of foreign affairs (The Netherlands), ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance’, 8 februari 2021, p. 13.

Het Parlement heeft aangegeven dat bestaande Franse wetgeving de basis voor een Europese due diligence verplichting zou moeten vormen.22Resolutie van het Parlement van 29 mei 2018 over duurzame financiering (2018/2007(INI)). In Frankrijk geldt sinds 27 maart 2017 de ‘Loi de vigilance. Deze wet verplicht een Franse moederonderneming van een zekere omvang om een ‘plan de vigilance op te stellen, uit te voeren en te publiceren. Vertaald komt dit neer op een plan voor waakzaamheid. Het due diligence onderzoek is onderdeel van dit plan. Een moederonderneming moet onderzoek doen naar de mensenrechtensituatie bij hun dochteronderneming en binnen hun toeleveringsketen.23J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 272. Het plan wordt openbaar gemaakt in het bestuursverslag. Elke belanghebbende kan nakoming van deze verplichtingen vorderen van de vennootschap. Indien een vennootschap na een ingebrekestelling niet voldoet aan de wettelijke eisen, dan kunnen deze eisen worden afgedwongen voor de rechter. Indien de niet-naleving van de wettelijke verplichtingen hebben geleid tot schade, dan is de vennootschap daarvoor aansprakelijk.24S.B. Garcia Nelen, ‘Een Europees initiatief voor duurzame corporate governance’, Ondernemingsrecht 2021/32 afl. 5, p. 193.

Mocht de toekomstige richtlijn worden gebaseerd op deze Franse regelgeving, dan lijkt het erop dat de wettelijke verplichtingen dwingender zullen zijn en er bredere handhavingsmogelijkheden komen dan hetgeen in het huidige Nederlandse recht is bepaald.25S.B. Garcia Nelen, ‘Een Europees initiatief voor duurzame corporate governance’, Ondernemingsrecht 2021/32 afl. 5, p. 193. Juridische procedures zullen ongetwijfeld toenemen. Zo benoemt Hamster bijvoorbeeld dat er momenteel veel juridische hordes genomen moeten worden om tot parent company liability te komen.26J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 276. De invoering van een due diligence-verplichting betekent dat eisers al deze hordes kunnen negeren. Het onrechtmatig handelen staat immers vast indien blijkt dat in het due diligence-proces steken zijn laten vallen.27J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 276. ‘Private Enforcementlijkt het favoriete handhavingsinstrument van de Commissie te worden. Private actiegroepen staan klaar om grote ondernemingen bij de les te houden en waar nodig een juridische tik op de vingers te geven.28J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 276-277.

De duurzaamheidsrapportage door ondernemingen

Het voorgaande initiatiefvoorstel is niet de eerste wetgeving op het gebied van duurzaamheid voor ondernemingen. De Non-Financial Reporting Directive (hierna: NFRD) legt op grote ondernemingen de verplichting om een niet-financiële verklaring op te stellen die  informatie dient te bevatten over milieuzaken, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping.29Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen, PbEU L330/1, preambule (6). In deze verklaring moeten het beleid, de resultaten van het beleid en de risico’s die met bepaalde aangelegenheden verbonden zijn, worden opgenomen. Deze verklaring dient tevens in het bestuursverslag te worden opgenomen. De NFRD geldt kort gezegd voor beursvennootschappen, banken en verzekeraars. Binnenkort wordt deze richtlijn herzien en vervangen door de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Volgens de Commissie is het belangrijk dat ondernemingen hun duurzaamheidsrapportage verbeteren, zodat investeerders beter geïnformeerd worden over de duurzaamheid van hun investeringen.30Europese Commissie, ‘Revision of the Non-Financial Reporting Directive’, , eu.europa.eu., p. 1. In de praktijk blijkt dat ondernemingen niet alle niet-financiële relevante informatie openbaar maken en dat sommige informatie moeilijk gevonden kan worden. De Commissie hoopt met een herziening te bereiken dat iedereen toegang heeft tot de niet-financiële informatie, zonder een onnodig zware last op ondernemingen te leggen. In de herziening wordt onder andere gespecificeerd  welke niet-financiële informatie openbaar moet worden gemaakt. Voorts denkt de Commissie erover om de reikwijdte van de NFRD uit te breiden naar bepaalde categorieën onderneming die hier momenteel nog niet onder vallen.31Europese Commissie, ‘Revision of the Non-Financial Reporting Directive’, , eu.europa.eu., p. 3. Het initiatiefvoorstel ‘sustainable corporate governance’ zal een aanvullende werking hebben op de herziene NFRD.32Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 1. Voorts dient het initiatiefvoorstel coherent en consistent te zijn met de herziening van de NFRD.33Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 4.

Conclusie

Op grond van de NFRD dienen grote ondernemingen niet-financiële informatie openbaar te maken. In aanvulling hierop zal in de toekomst op het gebied van sustainable corporate governance een Europese richtlijn moeten worden geïmplementeerd. De inhoud en de reikwijdte van de toekomstige richtlijn staan nog niet vast. De richtlijn zal met name de bestuurstaak uitbreiden. Bestuurders moeten alle relevante belangen meewegen op het gebied van de lange termijn duurzaamheid. Zij moeten duurzaamheidsrisico’s identificeren en deze integreren in hun strategie.  Ook zal een maatschappelijke due diligence-verplichting worden verankerd in de wet. Deze verplichting kan ervoor zorgen dat het aantal juridische aansprakelijkheidsprocedures toe gaat nemen en dat de waakhonden op de markt waarschijnlijk gaan bestaan uit private actiegroepen.

Referenties

1 Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088, PbEU L198/13.
2 Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector, PbEU L371/1.
3 S.M.C. Nuijten, S.A.M. Vermeulen, en F.W.J. van der Eerden, ‘Alleen samen krijgen we klimaatverandering onder controle? Over handhaving van duurzaamheidsverplichtingen voor financiële ondernemingen’, FR nr. 8/9 september 2021, p. 320.
4 Communication from the Commission  – The European Green Deal’, 11 december 2019, COM(2019)640, par. 2.2.1.
5 HR 4 april 2014, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Roovers/Cancun Holding I), r.o. 4.2.2.
6 HR 4 april 2014, NJ 2014/286, m.nt. P. van Schilfgaarde (Roovers/Cancun Holding I), r.o. 4.2.3.
7 S.B. Garcia Nelen, De beursvennootschap, corporate governance en strategie (Uitgaven vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht nr. 120), Deventer: Wolters Kluwer 2020, p. 78.
8 Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Study on directors’ duties and sustainable corporate governance : final report, Publications Office, 2020, https://data.europa.eu/doi/10.2838/472901.">https://data.europa.eu/doi/10.2838/472901.
9 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu.
10 Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Study on directors’ duties and sustainable corporate governance : final report, Publications Office, 2020, p. 10.
11 Zie o.a. B.J. de Jong, ‘Duurzame corporate governance: Europese en Nederlandse ontwikkelingen’, TOR 2021/33, p. 197.
12 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 2.
13 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu., p. 3. Het is nog onduidelijk welke ondernemingen onder de richtlijn zullen vallen.
14 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 3.
15 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu., p. 3.
16 Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 18.
17 Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 19.
18 Resolutie van het Parlement van 17 december 2020 over duurzame corporate governance (2020/2137(INI)), par. 7.
19 S.B. Garcia Nelen, ‘Een Europees initiatief voor duurzame corporate governance’, Ondernemingsrecht 2021/32 afl. 5, p. 191.
20 Europese Commissie, Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, Torres-Cortés, F., Salinier, C., Deringer, H., et al., Study on due diligence requirements through the supply chain : final report, Publications Office, 2020.
21 Ministery of foreign affairs (The Netherlands), ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance’, 8 februari 2021, p. 13.
22 Resolutie van het Parlement van 29 mei 2018 over duurzame financiering (2018/2007(INI)).
23 J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 272.
24, 25 S.B. Garcia Nelen, ‘Een Europees initiatief voor duurzame corporate governance’, Ondernemingsrecht 2021/32 afl. 5, p. 193.
26, 27 J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 276.
28 J.E.S. Hamster, ‘De verwachte richtlijn duurzame corporate governance: verantwoord ondernemen moet hoog op de bestuursagenda’, MvO 2021, nr. 7 & 8. p. 276-277.
29 Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen, PbEU L330/1, preambule (6).
30 Europese Commissie, ‘Revision of the Non-Financial Reporting Directive’, , eu.europa.eu., p. 1.
31 Europese Commissie, ‘Revision of the Non-Financial Reporting Directive’, , eu.europa.eu., p. 3.
32 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 1.
33 Europese Commissie, ‘Consultation Document Proposal for an Initiative on Sustainable Corporate Governance‘, eu.europa.eu, p. 4.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *