Hoge Raad

De vennootschap onder firma als ‘werkgever’?

Voorheen bestond onduidelijkheid over de vraag wie als werkgever moet worden aangemerkt in geval van een arbeidsovereenkomst gesloten met een vennootschap onder firma (hierna: ‘vof’). Daar bracht de Hoge Raad verandering in met zijn belangrijke uitspraak van 19 april 2019. De Hoge Raad oordeelt dat de gezamenlijke vennoten als werkgever partij zijn bij de arbeidsovereenkomst.

‘Slapende werknemers’ hebben (bijna) recht op duizenden euro’s

Werkgevers kunnen het betalen van een transitievergoeding vermijden door een werknemer niet te ontslaan. Dit is wat er gebeurt met langdurig zieke werknemers. Zij kunnen namelijk niet werken en hebben na twee jaar tijd ook geen recht meer op loon. Omdat zij niet ontslagen worden of zelf ontslag nemen, is er sprake van een ‘slapend dienstverband’. De Hoge Raad is gevraagd om een oordeel en de regering is bezig met een oplossing. Lees hier meer…

Transitievergoeding bij deeltijdontslag

Transitievergoeding bij deeltijdontslag

De wet spreekt slechts van een transitievergoeding bij opzegging of ontbinding van de gehele arbeidsovereenkomst. De wet voorziet daarbij niet in een gedeeltelijke transitievergoeding bij de vermindering van arbeidsduur. Op 14 september jl. heeft de Hoge Raad echter een einde gemaakt aan de onduidelijkheid[note]Van der Grinten, Arbeidsovereenkomstenrecht: Deventer 2018, p. 518.[/note] over een transitievergoeding bij deeltijdontslag: indien de voortzetting van een aangepaste arbeidsovereenkomst erop neerkomt dat de bestaande arbeidsovereenkomst in feite gedeeltelijk is beëindigd, is de werkgever naar evenredigheid een transitievergoeding verschuldigd.

Bestuurders Opgepast?

  • door

De Hoge Raad deed op vrijdag 17 februari jl. een belangrijke uitspraak over het “doorzetten” van de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder naar de bestuurders van die rechtspersoon.[1] Centraal in de uitspraak staat artikel 2:11 BW: “de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is”. De rechtsvraag in dit arrest was of de aansprakelijkheid van de bestuurder met de aansprakelijkheid van de bestuurder-rechtspersoon ex. art. 6:162 BW is gegeven, of dat daarvoor een aanvullende eis geldt dat hem ook persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.