Kunstmatig intelligent, regulatoir onverstandig

De Digital Markets Act en de AI-markt

Op 3 mei 2026 presenteert de Europese Commissie haar eerste evaluatieverslag over de Digital Markets Act (DMA). Het verslag moet antwoord geven op een vraag die de afgelopen twee jaar steeds luider is gesteld: moet de DMA worden uitgebreid naar de markt voor artificiële intelligentie?

DS

door Danny Sibon

19 maart 2026

Delen
Kunstmatig intelligent, regulatoir onverstandig

Kunstmatig intelligent, regulatoir onverstandig

1. Inleiding

Op 3 mei 2026 presenteert de Europese Commissie haar eerste evaluatieverslag over de Digital Markets Act (DMA).1 De contouren van dat verslag tekenen zich af. De consultatie die de Commissie tussen juli en september 2025 hield, leverde meer dan 450 bijdragen op. AI bleek het meest besproken thema.2 Uit de samenvatting die de Commissie op 8 januari 2026 publiceerde, kristalliseren zich drie posities. De eerste houdt in dat AI-diensten al onder bestaande categorieën van kernplatformdiensten vallen en slechts striktere handhaving vergen. De tweede positie stelt dat AI een zelfstandige categorie vereist. De derde positie stelt dat de markt te jong en te dynamisch is om nu te reguleren. Gatekeepers verdedigden overwegend de eerste en de derde positie; mkb-ondernemingen, maatschappelijke organisaties en academici de tweede.

In dit artikel verdedig ik de tweede positie.

De DMA legt specifieke verplichtingen op aan gatekeepers: ondernemingen die kernplatformdiensten (core platform services, hierna: CPS) aanbieden en daarmee fungeren als onvermijdelijke toegangspoort tussen zakelijke gebruikers en eindgebruikers.3 De limitatieve lijst van art. 2 lid 2 DMA omvat onder meer zoekmachines, besturingssystemen, sociale netwerken en virtuele assistenten. Artificiële intelligentie als zelfstandige dienst staat er niet op. Ondertussen loopt de werkelijkheid op die lijst vooruit: drie aanbieders, Anthropic, OpenAI en Alphabet (Google), bedienen samen 88% van de enterprise-markt voor large language models, zonder dat ook maar één van hun AI-diensten als CPS is aangewezen. Alphabet is als poortwachter aangewezen voor onder meer Search, Android en Chrome, maar niet voor Gemini; OpenAI en Anthropic zijn in het geheel niet aangewezen.4

Die concentratie laat zich niet afdoen als kinderziekte van een jonge markt. Zij komt voort uit dezelfde mechanismen waartegen de DMA bij eerdere platformdiensten in stelling is gebracht: datavoordelen, ecosysteemintegratie en schaaleffecten. Dat het klassieke mededingingsrecht hier te traag werkt, behoeft bovendien weinig betoog. In Google Shopping had de Commissie bijna tien jaar nodig om self-preferencing op de zoekmarkt via art. 102 VWEU aan te pakken.5 Wie bedenkt dat marktposities in de AI-sector binnen maanden verschuiven, begrijpt dat zo'n doorlooptijd feitelijk neerkomt op geen handhaving. De vraag is daarom niet zozeer óf deze markt poortwachterkenmerken vertoont, maar of het instrumentarium er tijdig op wordt toegesneden.

Vervolgens komen achtereenvolgens aan bod: de feitelijke marktconcentratie (§ 2), de inpasbaarheid van AI in het CPS-kader (§ 3), de inhoudelijke argumenten voor uitbreiding (§ 4) en de voornaamste bezwaren daartegen (§ 5). Een conclusie sluit af (§ 6).

2. De AI-markt in 2026

Drie spelers hebben de markt voor foundation models onder zich verdeeld. Menlo Ventures becijferde eind 2025 dat Anthropic 40% van de enterprise-uitgaven aan LLM-API's voor zijn rekening neemt, gevolgd door OpenAI met 27% en Google met 21%: samen 88%.6 Achter die cijfers gaan drie voordelen schuil die elkaar onderling versterken.

Om te beginnen: rekenkracht. Wie een frontier-model wil trainen, moet investeringen doen waaraan vrijwel geen nieuwkomer kan tippen. Microsoft, Meta, Alphabet en Amazon kondigden voor 2026 samen zo'n $650 miljard aan kapitaaluitgaven aan, ruwweg zeventig procent meer dan een jaar eerder.7 Zelfs Anthropic-CEO Dario Amodei windt er geen doekjes om dat de markt oligopolistische trekken vertoont.8

Daar komt de datapositie bij. Alphabet, Meta, Microsoft en Amazon, alle vier reeds als gatekeeper aangewezen, putten via hun bestaande kernplatformdiensten uit datasets van ongekende omvang. Google kan miljarden zoekopdrachten laten meewegen in de ontwikkeling van Gemini; Microsoft schuift OpenAI-modellen in een ecosysteem dat zich uitstrekt van Windows tot LinkedIn. Zo stroomt de opbrengst van bestaande platformdiensten rechtstreeks de AI-ontwikkeling in. Zonder eigen platformdiensten met een vergelijkbaar gebruikersbestand valt daar niet tegenop te bouwen.

Daarnaast is er ook de kwestie van distributie. Het consumentenaandeel van ChatGPT zakte binnen een jaar van 87% naar 68%; Google Gemini klom in dezelfde periode van 5% naar 18%.9 Technologische superioriteit verklaart dat verschil niet, inbedding wel: Gemini zit in Search, Chrome, Android en Workspace. Zodra modellen elkaar functioneel weinig meer ontlopen, wint het kanaal met de minste frictie. Gebruik levert feedback op, feedback verbetert het model, en een beter model trekt op zijn beurt weer gebruik aan. Precies dit soort vliegwielen wilde de wetgever met de DMA bij eerdere platformdiensten doorbreken.

Tot slot de Europese positie. Voor haar AI-infrastructuur leunt Europa vrijwel volledig op Amerikaanse aanbieders, terwijl de inkomsten van OpenAI in twee jaar tijd groeiden van $2 miljard naar ruim $20 miljard.10 Die afhankelijkheid maakt de vraag van dit artikel des te klemmender: kan de DMA de betwistbaarheid van deze markt nog waarborgen?

3. Past AI in het CPS-kader?

3.1 De CPS-definitie

Art. 2 lid 2 DMA bevat een limitatieve lijst van CPS-categorieën, waar AI als zelfstandige dienst ontbreekt. De Commissie neemt vooralsnog het standpunt in dat AI door de DMA wordt bestreken wanneer deze is geïntegreerd in een aangewezen CPS.11

Dat standpunt is om twee redenen onbevredigend. Generatieve AI wordt ten eerste aangeboden als zelfstandige diensten, waarbij de platforms ChatGPT, Claude en Gemini beschikken over eigen gebruikersinterfaces, API’s, abonnementsmodellen en ecosystemen van third-party-toepassingen. Ten tweede leidt het inbeddingsargument tot ongelijke behandeling van identiek marktgedrag: dezelfde AI-functionaliteit valt wél onder de DMA wanneer Google haar aanbiedt via Search, een aangewezen CPS, maar niet wanneer OpenAI haar aanbiedt via ChatGPT.

3.2 De gatekeeper-criteria

Art. 3 lid 2 DMA formuleert kwantitatieve drempels: een jaaromzet in de Unie van ten minste € 7,5 miljard in elk van de laatste drie boekjaren, of een gemiddelde marktkapitalisatie van ten minste € 75 miljard in het laatste boekjaar, telkens in combinatie met het aanbieden van dezelfde CPS in ten minste drie lidstaten, alsmede ten minste 45 miljoen maandelijks actieve eindgebruikers in de Unie en ten minste 10.000 in de Unie gevestigde jaarlijks actieve zakelijke gebruikers.12 ChatGPT van OpenAI telt 800 miljoen wekelijkse actieve gebruikers wereldwijd en OpenAI's waardering overstijgt de kapitalisatiedrempel ruimschoots. De kwantitatieve drempels vormen geen wezenlijke belemmering; het ontbreken van AI op de CPS-lijst lijkt daarmee het enige obstakel.

Die drempels scheppen een weerlegbaar vermoeden voor de drie kwalitatieve criteria van art. 3 lid 1: een significante impact op de interne markt (sub a), het fungeren als belangrijke toegangspoort tussen zakelijke gebruikers en eindgebruikers (sub b) en een ingeschanste en duurzame positie (sub c). Een aanbieder kan dat vermoeden weerleggen. Bij ChatGPT is dat niet aannemelijk. Aan sub a en sub b wordt, gelet op schaal en marktfunctie, zonder meer voldaan; de discussie spitst zich toe op sub c. Juist daar biedt de marktanalyse uit § 2 houvast. De positie van de drie grote aanbieders wordt niet bepaald door een toevallige voorsprong die na verloop van tijd vanzelf verdwijnt, maar wel op basis van beschikbare rekenkracht, data en distributie die elkaar versterken en samen een drempel opwerpen die een nieuwkomer binnen afzienbare termijn niet kan overwinnen. Het laat zich moeilijk volhouden dat een aldus verankerde positie niet ingeschanst en duurzaam zou zijn in de zin van sub c.

Dat de kwalitatieve route meer is dan een papieren mogelijkheid, heeft de Commissie inmiddels zelf laten zien. In november 2025 opende zij drie marktonderzoeken naar cloud computing, waarvan er twee de vraag betreffen of Amazon Web Services en Microsoft Azure als poortwachter moeten worden aangewezen hoewel beide onder de kwantitatieve drempels blijven.13 Onderzocht wordt of hoge overstapkosten, lock-in en verticale integratie de cloudmarkt zodanig hebben dichtgetimmerd dat van een ingeschanste en duurzame positie in de zin van art. 3 lid 1 sub c moet worden gesproken. Dat zijn, mutatis mutandis, de kenmerken die hierboven voor de foundation model-markt zijn beschreven: infrastructuurafhankelijkheid, datamuren, ecosysteemintegratie. Wie de kwalitatieve aanwijzing voor cloud verdedigbaar acht, moet uitleggen waarom zij bij foundation models principieel anders uitvalt.

Procedurele obstakels zijn er ook weinig. Op grond van art. 19 DMA kan de Commissie een marktonderzoek openen naar nieuwe diensten en praktijken in de digitale sector.14 Zo'n onderzoek duurt ten hoogste achttien maanden en kan uitmonden in een wetgevingsvoorstel tot aanvulling van de CPS-lijst van art. 2 lid 2, dan wel in een gedelegeerde handeling waarmee de bestaande verplichtingen worden geactualiseerd. Kortom, de politieke wil is het obstakel, niet de juridische techniek.

4. Het gatekeeper-argument

4.1 Ecosysteemhefbomen

De DMA is er in de kern op gericht te voorkomen dat een dominante positie op het ene platform wordt verzilverd op het aangrenzende. Overweging 3 benoemt dat mechanisme met zoveel woorden: ondernemingen die hele platformecosystemen beheersen, kunnen hun voordelen overhevelen naar andere activiteiten, ten koste van de betwistbaarheid.15 Wie de AI-markt beziet, ziet dit mechanisme in volle werking. Google schuift Gemini in Search, Chrome, Android en Workspace; Microsoft weeft OpenAI-modellen door Office 365, Azure, GitHub en LinkedIn. De sprong van Gemini van 5% naar 18% is dan ook geen triomf van het betere model, maar wordt bepaald door het breedste kanaal.

Frankrijk, Duitsland en Nederland hebben hieruit hun conclusie getrokken en de Commissie opgeroepen een marktonderzoek te starten naar de aanwijzing van generatieve AI-platformdiensten onder de DMA.16 De Commissie sloeg vooralsnog een andere weg in. In januari 2026 opende zij twee specificatieprocedures tegen Alphabet, de eerste over de interoperabiliteit van Android-functionaliteiten voor AI-diensten die met Gemini concurreren, de tweede over de toegang van derden, onder wie AI-chatbotaanbieders, tot de zoekdata van Google Search.17 Daarmee is meteen de reikwijdte van de huidige benadering gegeven: de procedures grijpen aan op de gatekeeperstatus van Google voor Search en Android, niet op de AI-dienst als zodanig. ChatGPT is niet geïntegreerd in een aangewezen CPS; het is de AI-dienst zelf. Bij gebreke van een zelfstandige aanwijzing ontbreekt ieder aanknopingspunt voor specificatie en blijven de verplichtingen van art. 5, 6 en 7 buiten toepassing.

Zo ontstaat een scheve verdeling in het toezicht. Google moet concurrenten van Gemini toegang bieden tot Android-functionaliteiten en zoekdata, terwijl OpenAI en Anthropic op hun eigen platforms geen vergelijkbare verplichtingen kennen. Dat is meer dan een theoretisch bezwaar: het schept een prikkelstructuur waarin verticaal geïntegreerde poortwachters tot openheid worden gedwongen, terwijl standalone aanbieders met dezelfde marktmacht ongereguleerd blijven.

4.2 Verticale integratie

Foundationmodel-aanbieders concurreren in toenemende mate met hun eigen klanten. Anthropic bouwde Claude Code, een programmeertool die rechtstreeks concurreert met afnemers van zijn eigen modellen, zoals Cursor en Windsurf. Toen Windsurf op het punt stond te worden overgenomen door OpenAI, sneed Anthropic met minder dan een week aankondiging vrijwel alle directe toegang van Windsurf tot de Claude-modellen af.18

Het patroon roept Commercial Solvents in herinnering: een dominante leverancier die een afnemer de input ontzegt om zelf diens markt te betreden, maakt misbruik van zijn machtspositie.19 De analogie is evenwel niet naadloos. Claude is niet de enige foundation model-API. De modellen van OpenAI en Google en open-weight-alternatieven bemoeilijken de onmisbaarheid in de zin van Bronner.20 Bovendien vereist de route van art. 102 VWEU het aantonen van een machtspositie op een markt die nog niet is afgebakend, een procedure van jaren met hoge bewijsdrempels. Daar ligt precies het punt: niet dat het gedrag van Anthropic toelaatbaar zou zijn, maar dat het bestaande instrumentarium te traag en te zwaar is om het effectief te adresseren. Art. 6 lid 2 DMA adresseert deze constellatie rechtstreeks: het verbiedt poortwachters om in concurrentie met zakelijke gebruikers gebruik te maken van hun niet-openbare gegevens, zonder dat een effectenanalyse is vereist.21 Die bepaling geldt echter alleen voor aangewezen CPS. Zolang AI-diensten die aanwijzing missen, valt het handelen van Anthropic buiten het bereik van beide instrumenten.

4.3 Data-asymmetrieën

Art. 5 lid 2 DMA verbiedt gatekeepers om persoonsgegevens uit een CPS te combineren met gegevens uit andere diensten, tenzij de eindgebruiker daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.22 Voor Google betekent dit dat het voeden van Gemini met persoonsgegevens uit Search, Gmail of Drive in beginsel wordt geblokkeerd, ongeacht of Gemini zelf als CPS is aangewezen. Dat verbod geldt alleen voor aangewezen gatekeepers. Bij standalone aanbieders als OpenAI en Anthropic ontbreekt de gatekeeperstatus en daarmee het aangrijpingspunt voor art. 5 lid 2 volledig. Het resultaat is een omgekeerde asymmetrie: de verticaal geïntegreerde gatekeeper wordt beperkt in zijn datagebruik, terwijl de standalone aanbieder die via API-verkeer, gebruikersinteracties en feedbackloops vergelijkbare datasets opbouwt, geen enkele DMA-verplichting kent. Dat is geen theoretisch bezwaar. OpenAI verwerkt wekelijks de interacties van 800 miljoen gebruikers; de data die daaruit voortkomen zijn niet afkomstig uit een aangewezen CPS en vallen dus buiten het bereik van de DMA.

5. Bezwaren en weerlegging

5.1 ‘De markt is te jong en te dynamisch’

Het meest gehoorde tegenargument is dat regulering innovatie zou remmen. Guersent, destijds hoofd van DG Competition, zag begin 2025 geen gatekeeper in de AI-markt vanwege ‘honderden concurrerende ondernemingen’.23

Dat argument miskent het onderscheid tussen de applicatielaag en de infrastructuurlaag. Er zijn inderdaad honderden, zo niet duizenden, AI-startups, maar de markt voor foundation models is een oligopolie. Het is alsof men zou stellen dat de smartphonemarkt competitief is omdat er duizenden app-ontwikkelaars zijn, terwijl twee besturingssystemen het ecosysteem beheersen.

Het bezwaar raakt daarnaast aan een beleidskeuze die de wetgever al heeft gemaakt. Het misbruikverbod van art. 102 VWEU vergt in de regel een analyse van de mededingingseffecten van het concrete gedrag.24 De DMA kiest voor het tegenovergestelde: per se-verplichtingen voor gatekeepers, zonder effectenanalyse. In markten waar posities in maanden kantelen, is die keuze voor snelheid boven precisie verdedigbaar. Wie haar voor zoekmachines en besturingssystemen aanvaardt, moet uitleggen waarom zij voor foundation models niet zou gelden.

5.2 ‘Open source biedt voldoende tegenwicht’

Meta’s Llama is het meest gebruikte open-weight-model in enterprise-toepassingen.25 Open-weight-modellen zijn echter niet hetzelfde als open source: trainingsdata, trainingsinfrastructuur en het afstemmingsproces blijven gesloten. Het draaien van een frontier-model op eigen infrastructuur vereist bovendien dezelfde rekenkracht die alleen de hyperscalers leveren: AWS (Amazon), Azure (Microsoft) of Google Cloud. Open source is een laag bovenop de geconcentreerde infrastructuur, niet een alternatief daarvoor.

5.3 ‘Er is overlap met de AI-verordening’

ITIF betoogt dat uitbreiding van de DMA overlap creëert met de AI-verordening.26 Dat bezwaar berust op een misverstand over de functie van beide instrumenten. De AI-verordening reguleert het gebruik van AI-systemen: veiligheid, transparantie, menselijk toezicht. De DMA reguleert de marktstructuur: machtspositie, betwistbaarheid, eerlijkheid. Europa reguleert hoe AI wordt gebruikt, maar niet wie de toegang tot AI-infrastructuur beheerst. Dat is de lacune.

5.4 ‘Marktaandelen verschuiven: er is toch concurrentie’

De verschuiving van marktaandeel van ChatGPT naar Gemini bewijst niet dat de markt betwistbaar is. Zij vindt plaats van één gatekeeper naar een andere: van de standalone AI-dienst van OpenAI naar de ecosysteem-geïntegreerde dienst van Google. Een startup zonder eigen zoekmachine, besturingssysteem of cloudinfrastructuur kan deze verschuiving niet repliceren. Dat is concentratie die van eigenaar wisselt, niet concurrentie die de markt opent.

6. Conclusie

De AI-markt vertoont de kenmerken die de DMA bij eerdere platformdiensten beoogde te adresseren, zijnde structurele concentratie, ecosysteemhefbomen, verticale integratie en data-asymmetrieën. Wat ontbreekt is de formele aanwijzing van AI als kernplatformdienst, en daarmee ieder aangrijpingspunt voor de verplichtingen van art. 5, 6 en 7.

De route is beschikbaar. Art. 19 DMA machtigt de Commissie tot een marktonderzoek dat kan uitmonden in uitbreiding van de CPS-lijst. De kwantitatieve drempels van art. 3 lid 2 worden overschreden en de kwalitatieve criteria van lid 1 worden vervuld door dezelfde structurele voordelen die de marktconcentratie verklaren. Met de cloudonderzoeken van november 2025 heeft de Commissie bovendien laten zien dat zij de kwalitatieve aanwijzingsroute durft te bewandelen. Frankrijk, Duitsland en Nederland hebben om uitbreiding gevraagd. Wat rest is politieke wil.

De DMA beschermt niet de consumentenwelvaart op korte termijn, maar richt zich op de structuur van de markt als voorwaarde voor toekomstige concurrentie. Die benadering rechtvaardigt ingrijpen voordat consumenten meetbare schade ondervinden. De bezwaren overtuigen niet, omdat de markt voor foundation models een oligopolie van drie aanbieders is, open-weight-modellen draaien op de infrastructuur van dezelfde hyperscalers, en de AI-verordening en de DMA verschillende vragen reguleren.

De review van mei 2026 is het moment. De Commissie zou een marktonderzoek moeten openen naar de aanwijzing van generatieve AI-platformdiensten als CPS en van de grootste aanbieders als gatekeepers. De DMA is gebouwd om markten open te houden die dreigen te kantelen. De AI-markt kantelt nu.

Voetnoten

  1. 1Art. 53 lid 1 Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (Digital Markets Act), PbEU 2022, L 265/1.
  2. 2Europese Commissie, Samenvatting van de consultatie over de eerste evaluatie van de Digital Markets Act, 8 januari 2026, digital-markets-act.ec.europa.eu/consultation-first-review-digital-markets-act_en.
  3. 3Art. 3 jo. art. 5-7 Verordening (EU) 2022/1925.
  4. 4Menlo Ventures, ‘2025: The State of Generative AI in the Enterprise’, 9 december 2025, menlovc.com/perspective/2025-the-state-of-generative-ai-in-the-enterprise. Menlo Ventures is investeerder in Anthropic; de cijfers berusten op een enquête onder 495 Amerikaanse enterprise-beslissers, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (7-25 november 2025).
  5. 5HvJ EU 10 september 2024, C-48/22 P, ECLI:EU:C:2024:726 (Google Shopping).
  6. 6Menlo Ventures 2025 (noot 4). Vgl. ter triangulatie Andreessen Horowitz, ‘Leaders, Gainers and Unexpected Winners in the Enterprise AI Arms Race’, februari 2026, a16z.com.
  7. 7Bloomberg, ‘How Much Is Big Tech Spending on AI Computing? A Staggering $650 Billion in 2026’, 6 februari 2026, bloomberg.com.
  8. 8D. Amodei in gesprek met D. Patel, 'We are near the end of the exponential', Dwarkesh Podcast, februari 2026, dwarkesh.com/p/dario-amodei-2.
  9. 9Similarweb, webverkeersdata generatieve AI-chatbots, december 2025, zoals gerapporteerd in: Unite.AI, ‘ChatGPT's Market Share Falls to 68 Percent as Gemini Closes the Gap’, 28 december 2025, unite.ai.
  10. 10S. Friar, blogbericht OpenAI, 18 januari 2026, openai.com (jaaromzet van $2 miljard in 2023 via $6 miljard in 2024 naar ruim $20 miljard in 2025).
  11. 11Europese Commissie, Samenvatting consultatie (noot 2).
  12. 12Art. 3 lid 2 Verordening (EU) 2022/1925.
  13. 13Europese Commissie, persbericht 18 november 2025, IP/25/2717 ('Commission launches market investigations on cloud computing services under the Digital Markets Act'), ec.europa.eu/commission/presscorner
  14. 14Art. 19 Verordening (EU) 2022/1925.
  15. 15Overweging 3 Verordening (EU) 2022/1925.
  16. 16Gezamenlijk non-paper van Frankrijk, Duitsland en Nederland, februari 2025, gepresenteerd bij de AI Action Summit te Parijs, zoals gerapporteerd in: L. Bertuzzi, 'Tech companies should see tighter AI competition rules, EU countries say', MLex, 10 februari 2025 (non-paper niet openbaar beschikbaar; citaten ontleend aan MLex-berichtgeving).
  17. 17Europese Commissie, persbericht 27 januari 2026 inzake de opening van twee specificatieprocedures jegens Alphabet (interoperabiliteit ex art. 6 lid 7 en zoekdatatoegang ex art. 6 lid 11 DMA), ec.europa.eu.
  18. 18TechCrunch, ‘Windsurf says Anthropic is limiting its direct access to Claude AI models’, 3 juni 2025, techcrunch.com.
  19. 19HvJ EG 6 maart 1974, gevoegde zaken 6/73 en 7/73, ECLI:EU:C:1974:18 (Commercial Solvents).
  20. 20HvJ EG 26 november 1998, C-7/97, ECLI:EU:C:1998:569 (Bronner).
  21. 21Art. 6 lid 2 Verordening (EU) 2022/1925.
  22. 22Art. 5 lid 2 Verordening (EU) 2022/1925.
  23. 23O. Guersent, uitspraak tijdens 'La régulation des réseaux sociaux à l'heure européenne', Conseil d'État, Parijs, 21 januari 2025, zoals gerapporteerd in Bertuzzi 2025 (noot 16).
  24. 24Mededeling van de Commissie betreffende richtsnoeren voor de handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 van het EG-Verdrag op onrechtmatig uitsluitingsgedrag door ondernemingen met een machtspositie, PbEU 2009, C 45/7, par. 19-20, zoals gewijzigd bij mededeling van 27 maart 2023. Nieuwe richtsnoeren inzake uitsluitingsmisbruik zijn in voorbereiding; vaststelling is voorzien voor de eerste helft van 2026, waarna de mededeling van 2009 wordt ingetrokken. Vgl. voorts HvJ EU 10 september 2024, C-48/22 P, ECLI:EU:C:2024:726 (Google Shopping) en HvJ EU 6 september 2017, C-413/14 P, ECLI:EU:C:2017:632 (Intel).
  25. 25Menlo Ventures, ‘2025 Mid-Year LLM Market Update’, juli 2025, menlovc.com/perspective/2025-mid-year-llm-market-update (Llama 9% van het enterprise-API-gebruik, het grootste aandeel buiten de drie gesloten aanbieders).
  26. 26ITIF, bijdrage aan de consultatie over de eerste evaluatie van de Digital Markets Act, september 2025, digital-markets-act.ec.europa.eu. Zie voorts Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 (AI-verordening), PbEU 2024, L 1689.